Naar hoofdinhoud
De burgemeester gaat op basis van de vastgestelde beleidsregels over tot sluiting indien wordt voldaan aan de criteria uit de Opiumwet. Daarbij dient in de eerste plaats aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding te worden beoordeeld in hoeverre sluiting noodzakelijk is om de met deze beleidsregel beoogde doelen te kunnen bereiken. De sluiting van woningen en/of daarbij behorende erven grijpt zwaarder in op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van lokalen. Daarom wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. De essentie ligt daarin dat er in bewoonde woningen sprake is van het hebben van woongenot en de daaraan sterk gerelateerde persoonlijke levenssfeer. De duur van de sluiting is afhankelijk van de overtreding en van de vraag of in de woning of het lokaal al eerder een overtreding op grond van artikel 13b Opiumwet is geconstateerd (recidive). Voor lokalen in de zin van artikel 13b Opiumwet geldt daarnaast, dat, afhankelijk van de overtreding en van de vraag of in het lokaal al eerder een overtreding op grond van artikel 13b Opiumwet is geconstateerd, de vergunning benodigd voor het exploiteren van het betreffende bedrijf, kan worden ingetrokken. 12.1 Overzichtmatrix aanpak overtredingen in woningen en/of daarbij behorende erven 12.1.1 Definitie woning Een woning is te karakteriseren als een van de buitenwereld afgesloten plaats waar iemand – eventueel in een gemeenschappelijke huishouding met andere personen – zijn privaat huiselijk leven leidt of pleegt te leiden. Of een ruimte een woning is, wordt derhalve niet zonder meer bepaald door uiterlijke kenmerken, zoals de bouw en de aanwezigheid van een bed en ander huisraad, maar ook door de daaraan werkelijk gegeven bestemming. De woning behoeft niet in een woonhuis te zijn gelegen. Tal van woningen bevinden zich in woonwagens en woonschepen. Daarnaast kan in een ander schip of in een tent, caravan, keet of barak een woning zijn ingericht. In geval van kamerverhuur wordt onderzocht of gehele sluiting2Uit jurisprudentie met betrekking tot artikel 8 ERVM blijkt dat aan de 'onschuldige' bewoner passende vervangende woonruimte moet worden aangeboden. Onder een onschuldige bewoner wordt in beginsel verstaan een bewoner, die niet met de drugshandel in en rond het pand te maken heeft. Gelet op het Verdrag van de rechten van het kind behoeft dit extra aandacht indien er kinderen bij de situatie betrokken zijn. tot de mogelijkheden behoort. Indien gehele sluiting niet mogelijk blijkt dan wordt slechts gesloten waar de drugs zijn aangetroffen. De verhuurder ontvangt een waarschuwing dat bij recidive het gehele pand gesloten wordt gesloten. De burgemeester verstaat in het kader van de bestuurlijke handhaving van de Opiumwet onder een woning een feitelijk voor bewoning gebruikte ruimte. Of een ruimte wordt gebruikt als woonruimte en het daarbij gelieeerde woongenot blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse. Veelal staat dit verwoord in het proces-verbaal van bevindingen van de politie. Dit kan echter ook geconstateerd worden door een medewerker van de gemeente Loon op Zand en in een controlerapport vastgelegd worden. Eventuele inschrijvingen in de Gemeentelijke Basisregistratie Personen zijn mede bepalend om vast te stellen of er sprake is van feitelijke bewoning. Een voor de bewoning bestemde ruimte die niet feitelijk wordt gebruikt als woning wordt aangemerkt als lokaal en valt daarmee onder de handhavingsgremium dat voor lokalen geldt. 12.1 2. Drugs: constatering in een woning en/of bijhorende erven Bij toepassing van last onder bestuursdwang maakt de gemeente Loon op Zand geen onderscheid tussen middelen, stoffen of voorwerpen van lijst I ("harddrugs") of lijst II ("softdrugs") van de Opiumwet. Gelet op de professionalisering die de hennepteelt heeft doorgemaakt, de risico’s die daarbij genomen worden en de uitstraling daarvan op de leefomgeving is ook bij de handel in softdrugs sprake van een zeer ernstige verstoring van de openbare orde. Worden de hoeveelheden voor eigen gebruik (justitiele gedoogregels) overschreden, dan wordt aangenomen dat de drugs voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd zijn en kan artikel 13b worden toegepast. 12.1.3 Waarschuwing Als wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 13b Opiumwet volgt in beginsel bij een eerste overtreding een schriftelijke waarschuwing. Van dit uitgangspunt wordt afgeweken op het moment dat sprake is van een ‘ernstig geval’. Ook kunnen zich ‘verzwarende omstandigheden’ voordoen die een (langere) sluiting noodzakelijk maken. Waarschuwing woningen en/of bijhorende erven Constatering 1ste constateing 2de constatering en verder. Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs (>5 gram en <30 gram / >5 hennepplanten en <15 hennepplanten Schriftelijke waarschuwing, tenzij ‘verzwarende omstandigheden’ 3 maanden sluiting, tenzij ‘verzwarende omstandigheden’ Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs (>0,5 gram en <5 gram / >1 pil/tablet en <5 pillen/tabletten / >5 ml en <25 ml consumpte-eenheid vloeibare harddrugs Schriftelijke waarschuwing, tenzij ‘verzwarende omstandigheden’ 3 maanden sluiting, tenzij ‘verzwarende omstandigheden’ Voorbereidingshandelingen 11a Opiumwetgeving: er is geen sprake van beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt (indicatoren bijlage 1 Aanwijzing Opiumwetgeving) Schriftelijke waarschuwing, tenzij ‘verzwarende omstandigheden’ 3 maanden sluiting, tenzij ‘verzwarende omstandigheden’ 12.1.4 Ernstige gevallen Soms is de aangetroffen situatie dusdanig dat er sprake is van een ‘ernstig geval’. Wanneer er sprake is van een ‘ernstig geval’ wordt de woning in beginsel gesloten conform onderstaande sluitingstermijnen, tenzij er sprake is van ‘verzwarende omstandigheden’. In dat geval kan een langere sluitingsduur noodzakelijk zijn. Indien in woningen en/of bij woningen behorende erven een handelshoeveelheid drugs van een middel als bedoeld in lijst I (>5 gram / > 5 pillen / > 25 mililiter) of lijst II (> 15 hennepplanten / > 30 gram) wordt aangetroffen of een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3, of artikel 11a voorhanden is, dan volgt bij een eerste constatering een sluiting van 3 maanden. Bij een tweede constatering van een overtreding van de opiumwet in een woning en/of op bijhorende erven, binnen vijf jaar na de eerste overtreding, vindt een sluiting plaats van 6 maanden. Bij een derde constatering van een overtreding van de opiumwet, binnen vijf jaar na de tweede overtreding, vindt er een sluiting plaats van 12 maanden. Bij een vierde constatering van een overtreding van de opiumwet, binnen vijf jaar na de derde constatering, vindt er een sluiting plaats van 24 maanden. Handhavingsmatrix woningen en/of bijhorende erven Constatering 1ste constateing 2de constatering 3de constatering 4de en volgende constatering Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs >30 gram / >15 hennepplanten 3 maanden sluiting 6 maanden sluiting 12 maanden sluiting 24 maanden sluiting Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs (>5 gram / >5 pillen/tabletten / >25 ml consumpte-eenheid vloeibare harddrugs 3 maanden sluiting 6 maanden sluiting 12 maanden sluiting 24 maanden sluiting Voorbereidingshandelingen 11a Opiumwetgeving: er is sprake van beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt (indicatoren bijlage 1 Aanwijzing Opiumwetgeving) 3 maanden sluiting 6 maanden sluiting 12 maanden sluiting 24 maanden sluiting Voorbereidingshandelen artikel 10a Opiumwetgeving 3 maanden sluiting 6 maanden sluiting 12 maanden sluiting 24 maanden sluiting

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel