Nadat de (gecorrigeerde) parkeerbehoefte is vastgesteld, wordt op basis van vaste stappen bepaald hoe deze behoefte kan worden gefaciliteerd. Indien initiatiefnemers (een gedeelte van) de parkeerbehoefte wensen op te lossen in een private parkeervoorziening of gebruik wensen te maken van bestaande openbare parkeerplaatsen, dan valt dit niet binnen de rechtstreekse toepassing van dit beleid. Voor zowel stap 5 als stap 6 is een afwijkingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders nodig.
Er kan op drie momenten worden getoetst op dubbelgebruik. Wanneer de parkeerbehoefte volledig op eigen locatie kan worden opgelost volstaat een eenmalige toetsing (zie voor een voorbeeld het kader hieronder). Wanneer er ook parkeercapaciteit privaat elders of op straat wordt ingezet dan volgen extra toetsmomenten om te bepalen of op alle relevante dagdelen voldoende capaciteit beschikbaar is voor de beoogde doelgroepen.
Rekenvoorbeeld: dubbelgebruik
Ruimtelijke ontwikkelingen richten zich over het algemeen op meer dan één doelgroep. Veel ontwikkelingen bestaan uit gecombineerde programma’s, waarbij de functies wonen, werken en winkelen/recreëren gecombineerd worden. In dit soort ontwikkelingen is het mogelijk om, als gevolg van de afwijkende aanwezigheid van doelgroepen, parkeerplaatsen dubbel te gebruiken. Als gevolg hiervan hoeven in totaliteit minder parkeerplaatsen te worden aangelegd.
Om de mogelijkheden op het vlak van dubbelgebruik te onderzoeken, zijn in bijlage 5 voor verschillende type functies aanwezigheidspercentages opgenomen. Deze percentages laten zien dat op een ‘gemiddelde’ werkdagochtend, 50% van de bewoners thuis is. Aan de hand van de aanwezigheidspercentages wordt gezocht naar het moment van de week waarop de parkeerbehoefte maximaal is. Dit moment wordt de maatgevende parkeerbehoefte genoemd.
In de onderstaande tabel wordt de maatgevende parkeerbehoefte berekend van een fictief programma. Het programma bestaat uit 10 appartementen tussen 70 en 90 m² bvo met daarbij 1.000 m² bvo kantoor (zonder baliefunctie) gelegen in het gebied ‘centrum 1’. Het rekenvoorbeeld is vereenvoudigd. Uit het voorbeeld volgt dat voor het programma met een normatieve parkeerbehoefte van 16 parkeerplaatsen, rekening houdend met dubbelgebruik, afgerond 12 parkeerplaatsen aangelegd moeten worden. Aandachtspunt is dat dubbelgebruik alleen kan plaatsvinden als de parkeerdoelgroepen van dezelfde parkeervoorziening gebruik maken.
Functie
Werkdag-middag
Werkdag-avond
Werkdag-nacht
Zaterdag-avond
Aanw. percentage woningen bewoners
50%
90%
100%
80%
Aanw. percentage woningen bezoekers
20%
80%
0%
100%
Aanw. percentage kantoor
100%
5%
0%
0%
Parkeerbehoefte woningen bewoners
3,0
5,4
6,0
4,8
Parkeerbehoefte woningen bezoekers
0,2
0,8
0,0
1,0
Parkeerbehoefte woningen kantoor
9,0
0,5
0,0
0,0
Parkeerbehoefte totaal
12,2
6,7
6,0
5,8
Stap 4: parkeerplaatsen op eigen terrein
In de eerste plaats vindt de bepaling van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein plaats. Het uitgangspunt is dat de in stap 3 vastgestelde parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgelost. Dit geldt voor het aantal benodigde parkeerplaatsen voor de groep vaste gebruikers (bewoners, kantoormedewerkers et cetera) en voor het aantal bezoekersparkeerplaatsen.
Stap 5: parkeerplaatsen privaat
In de directe omgeving van een ontwikkellocatie kan, op het moment dat de geplande functies hun parkeerbehoefte genereren, (gedeeltelijk) ongebruikte private parkeercapaciteit aanwezig zijn. Op het moment dat de vastgestelde parkeerbehoefte niet (volledig) op eigen terrein kan worden opgelost, wordt onderzocht of gebruik gemaakt kan worden van nabijgelegen parkeercapaciteit in private parkeervoorzieningen. Deze parkeercapaciteit moet binnen de maximale loopafstanden van de ontwikkellocatie liggen (zoals opgenomen in bijlage 6).
Het gebruik van de private parkeerplaatsen moet voor ten minste tien jaar contractueel worden vastgelegd. Daarnaast dient de initiatiefnemer aannemelijk te maken dat parkeerders ook van de parkeerplaatsen gebruik kunnen en gaan maken. Hiervoor dient te worden aangetoond dat de parkeerplaatsen daadwerkelijk beschikbaar zijn in de bewuste parkeervoorziening. Ook de fysieke toegankelijkheid van de voorziening moet zijn gewaarborgd.
Stap 6: parkeerplaatsen openbaar
De situatie kan zich voordoen dat, wanneer stap 4 en stap 5 zijn doorlopen, nog niet voor de volledige parkeerbehoefte een oplossing is gevonden. Wanneer dit het geval is kan gebruik worden gemaakt van bestaande openbare parkeerplaatsen. Als uitgangspunt hanteert de gemeente Breda dat na afwenteling van (het resterende gedeelte van) de parkeerbehoefte, de parkeerdruk niet hoger mag zijn dan 85%. Om aan te tonen of dit wel of niet het geval is, is inzicht nodig in de bestaande parkeerdruk. Deze parkeerdruk dient door de initiatiefnemer inzichtelijk te worden gemaakt met behulp van een parkeertelling.
Wanneer een initiatiefnemer van plan is om een parkeertelling uit te laten voeren, dient contact met de gemeente opgenomen te worden. De gemeente Breda voert namelijk met regelmaat parkeertellingen uit in verschillende delen van de stad. Mogelijk kan gebruik gemaakt worden van deze gegevens. Daarnaast stelt de gemeente bepaalde eisen waar een parkeertelling aan moet voldoen (omvang onderzoeksgebied, aantal telmomenten, wijze van meten etc.).
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3
Bepaling van het parkeeraanbod
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Breda houdende regels omtrent de normen aan auto- en fietsparkeerplaatsen