Naar hoofdinhoud
Om de hoogte van de parkeervraag te bepalen worden stap 1 t/m 3 doorlopen. Bij het uitvoeren van de stappen wordt niet tussendoor afgerond. Stap 1 (a): normatieve parkeerbehoefte De normatieve parkeerbehoefte vormt het uitgangspunt voor de bepaling van het aantal auto- en fietsparkeerplaatsen dat benodigd is. De normatieve parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de autoparkeernormen in bijlage 3 en de fietsparkeernormen in bijlage 4. Om de normatieve parkeerbehoefte te berekenen dient voor iedere te realiseren functie de berekening functie * parkeernorm te worden uitgevoerd. Stap 1 (b): salderen bestaande parkeerbehoefte Bij een functiewijziging blijft een gebouw staan, maar krijgt het een nieuwe functie. In veel gevallen leidde het vorige (legale) gebruik ook tot een bepaalde parkeerbehoefte. De auto- en fietsparkeerplaatsen bestemd om deze parkeerbehoefte te faciliteren, kunnen worden hergebruikt om de parkeerbehoefte van de nieuwe functie (gedeeltelijk) op te lossen. Dit principe wordt salderen genoemd. Salderen is ook van toepassing op sloop en nieuwbouw waarbij de beschikbare parkeerplaatsen in stand worden gehouden. Bij salderen dient rekening gehouden te worden met een verschuiving van het moment waarop de nieuwe functie haar parkeerbehoefte genereert ten opzichte van de oude functie. Met de berekeningswijze die de gemeente Breda hanteert, wordt zo veel mogelijk voorkomen dat onjuiste verrekeningen van de oude parkeerbehoefte worden gedaan (zie het onderstaande rekenvoorbeeld). De oude en nieuwe parkeerbehoefte wordt voor ieder dagdeel gesaldeerd. Het dagdeel waarop de parkeervraag het hoogst is, wordt aangehouden als nieuwe parkeerbehoefte. Parkeerplaatsen die exclusief ter beschikking stonden van de oude functie, kunnen op alle dagdelen worden gesaldeerd. Rekenvoorbeeld: salderen In dit rekenvoorbeeld wordt de parkeerbehoefte van een voormalige kantoorfunctie gesaldeerd. Het gebouw krijg een nieuwe bestemming als woonfunctie. In dit voorbeeld wordt voor beide functies een parkeerbehoefte van 20 parkeerplaatsen aangehouden. Omwille van eenvoud wordt slechts voor een aantal dagdelen de maatgevende parkeerbehoefte bepaald. Ook wordt het bezoekersaandeel niet apart berekend. Uit de onderstaande tabel kunnen verschillende conclusies worden getrokken. Uit de tabel blijkt dat de parkeerbehoefte van de nieuwe woonfunctie, op de werkdagochtend en -middag lager ligt dan de parkeerbehoefte van de oude kantoorfunctie. Kantoren leiden namelijk op werkdagen overdag tot hun maximale parkeerbehoefte (100% aanwezigheid), voor woningen geldt dat doorgaans ongeveer de helft van de bewoners thuis is (50% aanwezigheid). Een andere conclusie is, dat het moment waarop de parkeerbehoefte maximaal is, kan verschillen tussen de oude en nieuwe functie. Dit blijkt ook uit de onderstaande tabel. In de werkdagnacht leidt een kantoorfunctie tot geen parkeerbehoefte (0% aanwezigheid), dit terwijl alle bewoners in de nieuwe situatie thuis zullen zijn (100% aanwezigheid). Dit betekent dat bij de transformatie van een kantoorgebouw naar woningen, de volledige parkeerbehoefte moet worden gefaciliteerd. In dit voorbeeld dienen 20 parkeerplaatsen te worden aangelegd. Functie Werkdag-ochtend Werkdag-middag Werkdag-nacht Zaterdag-avond Aanwezigheidspercentage kantoor 100% 100% 0% 0% Aanwezigheidspercentage wonen 50% 50% 100% 80% Kantoorgebouw (oud) 20 20 0 0 Woonfunctie (nieuw) 10 10 20 16 Resultaat (oud - nieuw) +10 +10 -20 -16 Stap 2: mobiliteitscorrectie In nieuwbouw- of transformatieontwikkelingen kan sprake zijn van afwijkende omstandigheden die ertoe leiden dat de toepassing van de parkeernorm(en) in deze nota naar verwachting leiden tot een overschot aan parkeerplaatsen. Wanneer hier sprake van is, kan door een initiatiefnemer een mobiliteitscorrectie worden onderbouwd. In het onderstaande kader wordt ingegaan op de mobiliteitscorrectie. Hierbij worden ook enkele voorbeelden van mobiliteitscorrecties beschreven. De mobiliteitscorrectie De mobiliteitscorrectie biedt initiatiefnemers de mogelijkheid om een onderbouwde correctie te doen op de te hanteren autoparkeernormen. Aan een mobiliteitscorrectie kunnen verschillende argumenten ten grondslag liggen. Enkele voorbeelden zijn: De ontwikkellocatie is gelegen op een locatie waar de aanwezigheid van (H)OV-verbindingen leidt tot een lagere parkeerbehoefte; De inzet van deelmobiliteit (deelauto’s, deelfietsen) leidt tot een verlaging van de behoefte aan auto- en/of fietsparkeerplaatsen; De initiatiefnemer kan aantoonbaar maken dat de ruimtelijke ontwikkeling niet tot een verhoging van de parkeerbehoefte zal leiden. De parkeerbehoefte deels op alternatieve wijze faciliteren De gemeente Breda vindt het verantwoord om in ruimtelijke ontwikkelingen de parkeerbehoefte deels in te vullen met alternatieve mobiliteit. Een maximum is bepaald om het risico op parkeeroverlast bij slecht functionerende mobiliteitsconcepten beheersbaar te houden. De correctie is gemaximeerd op 20% van de parkeerbehoefte in het ‘eitje’,’ centrum 1+2’ en de dorpen Prinsenbeek, Ulvenhout, Bavel en Teteringen. In de ‘schil kan tot 30% van de parkeerbehoefte op alternatieve wijze worden gefaciliteerd. Voor de zone ‘overig grondgebied Breda’ geldt dat maximaal 25% van de parkeerbehoefte op alternatieve wije kan worden gefaciliteerd. Het reserveren van fysieke ruimte bij het toepassen van een mobiliteitscorrectie Omdat het toepassen van mobiliteitscorrecties nog relatief nieuw is, heeft het de sterke voorkeur om bij het toepassen van een mobiliteitscorrectie de fysieke ruimte te reserveren om indien nodig alsnog in de gecorrigeerde parkeerbehoefte te kunnen voorzien. Stap 3: vaststelling parkeerbehoefte Nadat eventuele mobiliteitscorrectie(s) zijn toegepast, wordt de parkeerbehoefte vastgesteld. Dit is het aantal parkeerplaatsen dat fysiek gefaciliteerd dient te worden. Bij de vaststelling van de parkeerbehoefte is nog geen rekening gehouden met gecombineerd gebruik van de aan te leggen parkeerplaatsen (dubbelgebruik). Deze berekening vindt plaats bij de bepaling van het parkeeraanbod. Dit heeft een rekenkundige achtergrond.

Rechtspraak bij dit artikel