Bij het in beeld brengen van de benodigde verkeersrelaties wordt onderscheid gemaakt in de verschillende typen gebieden, locaties en functies die ontsloten moeten worden. Daarbij wordt eerst gekeken naar wat de verkeerdragers van de gemeentelijke wegenstructuur moet zijn. Welke routes moeten de gemeentelijke structuur dragen richting het hoofdwegennet. Welke routes leiden vanuit de achttien gemeentelijke kernen naar de A7, N239, N240, N241 en de N302. Dit leidt tot de hoofdroutes.
Vervolgens wordt gekeken naar de bereikbaarheid van sociale en economische voorzieningen in de kernen zelf. Welke kernen zijn op elkaar gericht en/of voorzien in elkaars functies. Dit laatste betekent dat die kernen met elkaar verbonden moeten worden. In de kernen zijn in meer en mindere mate voorzieningen gevestigd zoals: gemeentehuis, scholen, winkels, sport en recreatie die een aantrekking vanuit andere (kleinere) kernen te weeg (kunnen) brengen. De verblijfsfunctie staat centraal rond deze voorzieningenconcentraties, net als in woonstraten, daarom is een lage rijsnelheid gewenst, met een categorisering als erftoegangsweg (30 km/uur-zone).
Daarnaast speelt op regionaal niveau de bereikbaarheid van bedrijventerreinen en recreatieve trekpleisters zoals jachthavens van Medemblik en Andijk een belangrijke rol bij de wegencategorisering. Deze functies en gebieden worden zo veel als mogelijk via daartoe geschikte gebiedsontsluitingswegen(-min) ontsloten.
Bijlage 3 toont de wegencategorisering van de gehele gemeente en de afzonderlijke kernen getoond. In bijlage 4 staan de inrichtingskenmerken van dit type wegen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Wegencategorisering
Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Medemblik houdende regels omtrent gemeentelijk verkeer en vervoer