2.5.1 Doorgaande routes binnen de gemeente
Binnen de gemeente komen verschillende routes voor (via erftoegangswegen) die veel gebiedsvreemd verkeer te verwerken krijgen. Er wordt dan gesproken van sluipverkeer. Sluipverkeer wordt gedefinieerd als dàt verkeer dat onbedoeld door verblijfsgebieden rijdt (erftoegangswegen), terwijl de gebiedsontsluitingswegen de bedoelde routes vormen. Sluipverkeer kan volgens deze definitie alleen voorkomen op erftoegangswegen en niet op gebiedsontsluitingswegen.
Sluipverkeer wordt als knelpunt erkend als er meer dan 20% doorgaand verkeer wordt waargenomen op erftoegangswegen (30 km/uur), en in geval van erftoegangswegen-plus (50 km/uur) bij meer dan 50% doorgaand verkeer. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer de route via de daarvoor bedoelde gebiedsontsluitingswegen een beperkte doorstroming kent. Bij het oplossen van problemen ten aanzien van sluipverkeer wordt eerst aandacht gegeven aan de doorstroming op de gebiedsontsluitende wegen. Pas als maatregelen op gebiedsontsluitingswegen niet voldoende effect hebben op de verblijfsgebieden binnen de bebouwde kom worden hier maatregelen overwogen. Maatregelen kunnen genomen te worden als overmatig doorgaand verkeer leidt tot structurele hinder en overlast.
De beperkte verkeersafwikkeling in de ochtend– en avondspits op de N302 leidt binnen de gemeente Medemblik op diverse wegen en routes tot extra doorgaand verkeer. Vooral de Zwaagdijk en de kernen Zwaagdijk Oost en West, Nibbixwoud, Hauwert (en in mindere mate Oostwoud en Midwoud) ondervinden daarvan hinder en overlast. De doorstromingsmaatregelen in kader van project (N23 Westfrisiaweg) zal dit leiden tot minder doorgaand verkeer. Ook op de Hoornseweg wordt hinder ondervonden van doorgaand verkeer van en naar Wognum en het industrieterrein Overspoor. Verkeer neemt vanaf de A7-zuid de afslag naar de N203 om vervolgens via de Hoornseweg naar Wognum te rijden. De gemeente beraamt zich over mogelijke maatregelen.
Een andere sluiproute die in beeld is, is route Tolweg - Zijdwerk: verkeer tussen Wervershoof en N302 gebruikt deze route om de langere route via de Vok Koomenweg en de N240 (Markerwaarderweg) met VRI te ontwijken.
2.5.2 Bereikbaarheid bedrijvigheid
Binnen de gemeente Medemblik zijn een aantal grotere bedrijventerreinen gelegen (kaart 2.3). Het bedrijven terrein Agriport A7 (ten noorden van Medemblik), een bedrijventerrein Almere (ten westen van Medemblik), het bedrijventerrein West Friesland Oost (WFO, Zwaagdijk-Oost), logistiek centrum Tender en bedrijventerrein Overspoor ten oosten van de A7 en Wognum. De bedrijventerreinen bij Medemblik, Zwaagdijk-Oost en Tender hebben een goede ontsluitingsstructuur via daarvoor geschikte gebiedsontsluitingswegen richting de A7. De verkeersontsluiting van Overspoor vraagt echter apart aandacht. Vrachtverkeer maakt gebruik van de aansluiting A7/Hoorn-Noord (uitrit 9) en rijdt via de Hoornseweg, Oosteinderweg en de Nieuweweg. Dit leidt tot overlast voor aanwonenden van deze wegen. De gemeente zoekt nieuwe ontsluitingsmogelijkheden voor dit bedrijventerrein Overspoor.
Kaart 2.2: Bedrijventerreinen binnen de gemeente Medemblik
Verder liggen er verspreid over de gemeente diverse land- en tuinbouwbedrijven. Het kassencomplex Grootslag en Agriport A7 zijn daarvan de belangrijkste concentraties. Agriport A7 wordt via een VRI-geregeld kruispunt ontsloten via de N239 (Dijkweg). Er zijn plannen voor verdere uitbreiding van agriport A7 (in noordelijke richting). De Provincie en het Rijk zullen in samenspraak met betrokken gemeenten een vlotte en veilige bereikbaarheid van agriport A7 waarborgen. Daarbij komen het aanpassen van de bestaande kruispunten op de aansluiting A7-N239 in beeld, maar ook een aanpassing van de aansluiting Agriport op de N239. De gemeente Medemblik wenst is dit kader ook een overweging voor een nieuwe meer noordelijke gelegen aansluiting van de agriport op de A7.
De transportroutes van en naar verspreid liggende bedrijven dienen via stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen (de dragers van de verkeerstructuur). Pas daarna komen routes via erftoeganswegen buiten de komen (60 km/uur) en gebiedsontsluitingswegen-min in beeld. Routes naar bedrijventerrein gaan nooit via de erftoegangswegen (30 km/uur binnen de bebouwde kom). Vrachtverkeer met uitzondering van noodzakelijk verkeer zoals verhuiswagens, toeleveranciers detailhandel, vuilnisauto’s etc. zijn hier ongewenst.
Vervoer gevaarlijke stoffen
Routes voor vervoer van gevaarlijk stoffen maken gebruik van de dragers van de wegenstructuur. Bij eventuele omleidingsroutes in tijdelijke situaties dient specifiek en zorgvuldig per situatie afgewogen te worden hoe vrachtverkeer dat gevaarlijke stoffen vervoerd, afgewikkeld wordt. Gebieden met woonconcentraties worden zoveel als mogelijk gemeden. Gebieden waarlangs of waardoor het afwikkelen van (zwaar) vrachtverkeer nog wel te overwegen is, hoeft voor het afwikkelen van vervoer van gevaarlijke stoffen niet per definitie verantwoord te zijn.
2.5.3 Route voor hulpdiensten
Een goede wegennetvisie is afgestemd op de calamiteitenroutes. De hoofd-calamiteitenroutes vallen samen met de gebiedsontsluitingswegen en de erftoegangswegen (30 km/uur binnen de bebouwde kom). Op inrichtingsniveau dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken die gelden voor de hulpdienstenroutes. Op de routes dienen passende verkeers(remmende)maatregelen genomen te worden, die voor de verschillende hulpdiensten acceptabel zijn en niet leiden tot te grote vertragingen. Hulpdiensten wensen in dat kader horizontale snelheidsremmende maatregelen (asverspringing of wegversmalling) in plaats van vertikale snelheidsremmende maatregelen (drempels en plateaus).
De hulpdiensten dienen zoveel als mogelijk en zolang mogelijk gebruik te maken van de gebiedsontsluitingswegen. Bij inrichtingsvraagstukken en uitwerkingen van de erftoegangswegen moet voldoende aandacht gegeven worden aan de omgang met de hulpdiensten. Daarover dient afstemming over de weginrichting op projectniveau plaats te vinden.
2.5.4 Landbouwverkeer
Binnen de gemeente Medemblik worden veel wegen en routes gebruikt door landbouwverkeer. Veel van deze wegen zijn in beheer van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De vaak grote, logge en vlot rijdende voertuigen die de hedendaagse landbouwactiviteiten met zich meebrengen, veroorzaken op sommige routes onveilige verkeerssituaties. Vooral fietsers vormen in combinatie met landbouwverkeer een kwetsbare groep verkeersdeelnemers.
Om het landbouwverkeer zo goed en veilig mogelijk binnen het overige verkeer te laten deelnemen, worden de volgende uitgangspunten en regels gehanteerd:
Bij 80 en 100 km/u wegen wordt in beginsel gestreefd naar parallelwegen of alternatieve routes.
Bij 50 km/u wegen wordt landbouwverkeer toegestaan op de hoofdrijbaan.
Op de 60 km/h wegen wordt uitgegaan van mengen van landbouwverkeer met overig verkeer, tenzij de fietsintensiteit hoog is. Dan wordt gestreefd naar vrijliggende fietspaden of alternatieve routes voor landbouwverkeer.
Landbouwverkeer wordt in beginsel zoveel mogelijk geweerd uit de 30 km/h woongebieden en uit dorps- en stadscentra. Het landbouwverkeer dient, voor zover mogelijk, gebruik te maken van alternatieve routes buiten het centrum, de woonwijk, of de kern om. Het landbouwverkeer dient daarbij gebruik te maken van de daarvoor geschikte gebiedsontsluitingswegen binnen de kern. Om het landbouwverkeer uit de kernen te weren zijn echter wel eerst goede alternatieven nodig.
Het laatste uitgangspunt leidt er toe dat landbouwverkeer op enkele routes gedwongen wordt gebruik te maken van routes waar de doorstroming van het overige autoverkeer prioriteit heeft. Op deze routes kunnen parallelwegen of passeerhavens voor het landbouwverkeer aangelegd worden. Met deze oplossingen wordt getracht de doorstroming niet te veel en te lang te belemmeren.
Landbouwverkeer en fietsverkeer verdragen elkaar moeilijk. Wanneer intensief landbouwverkeer voorkomt op routes die ook intensief gebruikt worden door fietsers, zijn maatregelen om beide verkeerssoorten veilig af te wikkelen wenselijk. Bij dergelijke knelpunten zijn investeringen in vrijliggende fietsroutes of alternatieve routes voor het landbouwverkeer te rechtvaardigen. Vrijliggende fietspaden of nieuwe (parallel)wegen vragen veelal om hoge investeringen, grondgebruik en lange plantermijnen.
Educatie en voorlichting, waarbij begrip voor elkaar op de weg een voornaam vertrekpunt is, zijn belangrijke hulpmiddelen om verkeersongevallen met fietsers en landbouwvoertuigen te voorkomen zolang de infrastructuur niet optimaal is.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.5
Bijzondere routes en wegen
Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Medemblik houdende regels omtrent gemeentelijk verkeer en vervoer