Het voorkomen en tegengaan van armoede en financiële problemen (preventie) is van groot belang voor zowel de burger als de gemeente. Onze ervaring is dat de inwoners zich pas melden als het water hen aan de lippen staat. Het probleem is dan vaak groot en complex en daardoor moeilijker op te lossen. Het landelijk beleid ging ten tijde van het vorig beleidsplan kaders minimabeleid en schuldhulpverlening 2016 – 2019 nog uit van zelfredzaamheid van de inwoner. Uit meerdere onderzoeken, waaronder Weten is nog geen doen, en de wetenschap achter Mobility Mentoring, is gebleken dat het langdurig onder stress staan, negatieve gevolgen heeft voor het zogenaamde doenvermogen. Daarmee wordt bedoeld het vermogen acties te ondernemen om een bepaald probleem op de juiste manier aan te pakken. Het lukt juist daardoor niet meer om de juiste acties te ondernemen waardoor er geen aanspraak wordt gemaakt op regelingen en/of schulden ontstaan.

Het is gebleken dat niet iedereen even zelfredzaam is. 1 Rapport Weten is nog geen doen’ april 2017 door WRR Als we dat weten is het inzetten op preventie het meest voor de hand liggend om naar te streven. Tegelijk zijn we ingehaald door een economische crisis ten gevolge van corona en is er naast preventie ook andere acute hulp nodig. Op het moment van schrijven zien we nog geen significante toestroom van aanvragen minimaregelingen en niet meer hulpvragers bij schuldhulpverlening. Verwacht wordt dat er een toestroom van hulpvragen zal komen als de landelijke steunmaatregelen stoppen.

We gaan inwoners helpen door middel van een dienstverlenende benadering met persoonlijk contact, voor zover de coronacrisis dat toelaat. Ongeacht waar het klantcontact als eerste plaatsvindt, is er aandacht voor het hele gezin en de financiële situatie. We hebben daarbij aandacht voor (toekomstige) gebeurtenissen in het gezin die kunnen leiden tot problemen in brede zin. We signaleren of er sprake is van laaggeletterdheid, eenzaamheid, uitsluiting, financieel misbruik, verstandelijke beperking, stress, zorgmijding, betalingsachterstanden en kijken of kinderen in het gezin kunnen meedoen op school en daarbuiten. We letten op factoren die op den duur kunnen leiden tot een problematische situatie. Samen met onze partners informeren we burgers over financiële zaken en voorzieningen. Zowel schriftelijk als mondeling.

Zo lang als het nodig is helpen we de hulpvrager op een persoonlijke manier bij zijn/haar financiële zaken. We kijken mee of de landelijke en gemeentelijke voorzieningen worden gebruikt. We wijzen de weg naar hulp en laten pas los als we vinden dat het kan. De signalen van betalingsachterstanden worden ook op deze wijze opgepakt. We maken daarbij ook (preventief) gebruik van de informatie die we vergaren o.b.v. regelingen zoals TOZO, TONK en de toeslagenaffaire. We bieden de inwoner zoveel mogelijk een duurzame passende oplossing zodat terugval zoveel mogelijk wordt voorkomen. De mate van hulp en bemoeienis is maatwerk en afhankelijk van de persoonlijke mogelijkheden en het netwerk van de burger. Voor een duurzame passende oplossing is het soms nodig om buiten de ‘normale’ paden te treden en ‘niet gangbare’ besluiten te nemen. Dit doen we zorgvuldig en met instemming van de teamverantwoordelijke. De hulpverleners worden daarin gesteund en gemotiveerd.