Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.29

Boetebepaling

Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden 2021 van de Gemeente Enschede

a.. Voor elke toerekenbare tekortkoming in de nakoming van enige verplichting, voortvloeiende uit de Erfpachtovereenkomst en de daarop van toepassing zijnde Algemene en Bijzondere Erfpachtvoorwaarden, verbeurt Erfpachter, behoudens herstel door de Gemeente overeenkomstig artikel 1.28, na ingebrekestelling en na verloop van de daarin gestelde termijn, ten behoeve van de Gemeente een onmiddellijk opeisbare en door het College van B&W te bepalen boete van ten hoogste 10 maal de jaarlijkse Canon. De boete moet worden betaald binnen twee maanden na de datum van verzending van de brief, waarin de boete is opgelegd. b.. Naast de in het vorige artikellid bedoelde boete kan het College van B&W een extra boete opleggen voor elke dag of gedeelte van een dag dat de niet, niet tijdige of niet behoorlijke nakoming voortduurt. Deze extra dagboete zal ten hoogste vijf procent van de jaarlijkse Canon bedragen. c.. De kosten van invordering van de boete zijn voor rekening van Erfpachter. d.. Het College van B&W kan besluiten een boete, die door Erfpachter is verbeurd, geheel of gedeeltelijk te matigen, dan wel kwijt te schelden, dan wel, indien de boete reeds door Erfpachter is voldaan, geheel of gedeeltelijk te restitueren, indien daarvoor naar zijn mening voldoende redenen aanwezig zijn. e.. Het bepaalde in artikel a. en b. van dit artikel geldt onverminderd het recht van de Gemeente en van Erfpachter om bij niet-nakoming van enige uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting in rechte nakoming en/of vergoeding van schade te vorderen. f.. Indien aan enige verplichting, voortvloeiende uit de Erfpachtovereenkomst, een specifieke boetebepaling is verbonden, gaat die boetebepaling vóór het bepaalde in dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel