Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.7

Bebouwingsverplichting

Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden 2021 van de Gemeente Enschede

a.. Erfpachter is verplicht het Bouwterrein te bebouwen met de bebouwing, die in de Erfpachtovereenkomst is vermeld. b.. Binnen één jaar na datum van het ondertekenen van de Erfpachtovereenkomst zal Erfpachter een aanvang maken met de bouwwerkzaamheden met betrekking tot de realisatie van de op het Bouwterrein te stichten bebouwing, welke bebouwing binnen twee jaar na de datum van ondertekening van de Erfpachtovereenkomst voltooid en gebruiksklaar dient te zijn. Deze termijnen kunnen op verzoek van Erfpachter door het College van B&W worden verlengd. Een verzoek tot verlenging dient schriftelijk en gemotiveerd aan het College te worden gedaan. c.. Zolang de in het vorige artikellid genoemde bebouwing niet is voltooid, staat het Erfpachter niet vrij om de Erfpacht, c.q. het Bouwterrein zonder schriftelijke toestemming van het College van B&W te Vervreemden, of anderszins in gebruik te geven. Aan de bedoelde toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. De toestemming wordt echter steeds verleend in geval Erfpachter een of meer natuurlijke perso(o)n(en) betreft en de toestemming gevraagd is vanwege: overlijden van Erfpachter of diens echtgeno(o)t(e) of partner; ontbinding van het huwelijk van Erfpachter door echtscheiding of ontbinding van een geregistreerd samenlevingsverband; verhuizing waartoe Erfpachter wordt genoodzaakt vanwege zijn gezondheid of die van één van zijn gezinsleden; verandering van werkkring van Erfpachter op grond waarvan redelijkerwijs verhuisd dient te worden. Het bepaalde in het onderhavige artikellid is niet van toepassing in geval het betreft de vestiging van het recht van hypotheek, een executoriale verkoop op grond van artikel 3:268 van het Burgerlijk Wetboek of een verkoop op grond van art. 3:174 van het Burgerlijk Wetboek. d.. De in lid c. genoemde toestemming wordt geacht te zijn verleend als de overdracht van het Bouwterrein geschiedt ter uitvoering van een tussen Erfpachter en diens wederpartij(en) gesloten koop-/aannemingsovereenkomst, waarbij Erfpachter zich tegenover diens wederpartij(en) heeft verplicht de in de Erfpachtovereenkomst met de Gemeente genoemde bebouwing te realiseren e.. In geval Erfpachter in gebreke is met de nakoming van zijn bebouwingsverplichting als bedoeld in lid a. en lid b. - met de bebouwing is geen aanvang gemaakt binnen de in genoemd artikellid bepaalde (al dan niet door het College van B&W verlengde) termijn, dan wel de bebouwing is niet binnen de in genoemd artikellid opgenomen (al dan niet verlengde) termijn voltooid - is Erfpachter aan de Gemeente een direct opeisbare boete verschuldigd ten bedrage van twee keer de jaarlijks door Erfpachter verschuldigde Canon. Bovendien is de Gemeente in dat geval gerechtigd de Erfpachtovereenkomst met onmiddellijke ingang te ontbinden, in welk geval Erfpachter gehouden is medewerking te verlenen aan ongedaanmaking van de gevolgen van de Erfpachtovereenkomst, in die zin dat het Bouwterrein aan de Gemeente wordt teruggeleverd. Op de Gemeente rust in dat geval geen verplichting tot restitutie van betaalde Canon. Indien door Erfpachter op het Bouwterrein ten tijde van de ontbinding van de Erfpachtovereenkomst werkzaamheden zijn uitgevoerd en/of bouwwerken/gebouwen zijn opgericht, is de Gemeente gerechtigd te haren keuze van Erfpachter te verlangen dat al hetgeen op het Bouwterrein is gerealiseerd, door Erfpachter voor zijn rekening wordt weggenomen en dat het Bouwterrein in de oorspronkelijke staat wordt teruggebracht, dan wel om hetgeen op het Bouwterrein is gerealiseerd in stand te houden. In het laatste geval is de Gemeente aan Erfpachter een redelijke vergoeding verschuldigd voor hetgeen door Erfpachter op het Bouwterrein is gerealiseerd. De hoogte van deze vergoeding zal door Partijen in onderling overleg worden bepaald. Indien Partijen over de hoogte van deze vergoeding geen overeenstemming kunnen bereiken, zal deze voor Partijen bindend worden vastgesteld door drie deskundigen, op verzoek van de Gemeente door de President van de Rechtbank Almelo te benoemen, met dien verstande dat de President, voornoemd, kan volstaan met de benoeming van één deskundige. De kosten van deze deskundige(n) zijn voor rekening van beide Partijen, ieder voor de helft. Alle kosten en lasten, verband houdende met de teruglevering door Erfpachter aan de Gemeente zijn voor rekening van Erfpachter. f.. Indien aan het eind van de in lid b. genoemde termijn van twee jaar, waarbinnen de bebouwing gereed dient te zijn, de bebouwing wel is aangevangen, maar nog geen 50% van de geschatte bouwtijd is verlopen, is Erfpachter aan de Gemeente een boete verschuldigd ten bedrage van twee keer de jaarlijks door Erfpachter verschuldigde Canon, onverminderd het recht van de Gemeente om de volledige nakoming van de bebouwingsverplichting te vorderen. g.. Indien na verloop van de in lid b. genoemde termijn van twee jaar, waarbinnen de bebouwing gereed dient te zijn, de bebouwing is aangevangen en meer dan 50% van de bebouwing gereed is, verleent het College van B&W uitstel van de bebouwingsverplichting voor de periode van de geschatte bouwtijd van het restant van de bebouwing. Indien na verloop van die verlenging nog steeds een wezenlijk deel van de bebouwing moet geschieden, is Erfpachter aan de Gemeente een boete verschuldigd overeenkomstig het bepaalde in lid f, onverminderd het recht van de Gemeente om de volledige nakoming van de bebouwingsverplichting te vorderen of andere juridische stappen te ondernemen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel