Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.8

Verplichting zelfbewoning en verbod op doorverkoop

Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden 2021 van de Gemeente Enschede

a.. Erfpachter verplicht zich de op de in Erfpacht uitgegeven grond te bouwen woning uitsluitend te zullen gebruiken om die zelf (met zijn eventuele gezinsleden) te bewonen en die woning met de Erfpacht op de daartoe behorende grond niet aan derden te zullen doorverkopen, een en ander behoudens het vermelde in de hierna volgende leden. b.. Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing in geval van: verkoop op grond van een machtiging van de rechter als bedoeld in artikel 3:174 van het Burgerlijk Wetboek; executoriale verkoop door hypothecaire schuldeisers (artikel 3:268 van het Burgerlijk Wetboek); schriftelijke ontheffing door het College van B&W als bedoeld in lid d. c.. Het bepaalde in lid a. en b. vervalt nadat Erfpachter (met zijn eventuele gezinsleden) de desbetreffende woning gedurende drie achtereenvolgende jaren heeft bewoond. Als maatstaf geldt hierbij de datum waarop en de tijd gedurende welke Erfpachter als bewoner van het desbetreffende adres in het bevolkingsregister is ingeschreven. d.. Het College van B&W kan schriftelijk ontheffing verlenen van de in dit artikel genoemde verplichtingen. Deze ontheffing wordt echter steeds verleend in geval van: overlijden van de Erfpachter of diens echtgeno(o)t(e) of partner; ontbinding van het huwelijk van de Erfpachter door echtscheiding of ontbinding van een geregistreerd samenlevingsverband; verhuizing waartoe Erfpachter wordt genoodzaakt door zijn gezondheid of die van één van zijn gezinsleden; verandering van werkkring van Erfpachter op grond waarvan redelijkerwijs verhuisd dient te worden. e.. Het College van B&W kan voorts op schriftelijk en nader onderbouwd verzoek van Erfpachter om zwaarwegende redenen schriftelijk ontheffing verlenen van het bepaalde in dit artikel. Aan deze ontheffing kan het College van B&W voorwaarden, onder meer van financiële aard, verbinden. f.. In geval Erfpachter handelt in strijd met het bepaalde in lid a. van dit artikel juncto het bepaalde in de leden b. en c. van dit artikel en/of zijn verplichtingen uit hoofde van deze artikelleden niet of niet volledig nakomt, zal Erfpachter aan de Gemeente een direct opeisbare boete verbeuren ten bedrage van 30 % van de grondwaarde ingeval de overtreding plaatsvindt binnen twaalf maanden na de datum van overdracht, respectievelijk van 20 % van de grondwaarde indien de overtreding plaatsvindt gedurende het tweede jaar na de overdracht, respectievelijk 10 % van de grondwaarde in geval de overtreding plaatsvindt gedurende het derde jaar na de overdracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel