1. Voor een woonvoorziening is de cliënt de maximale bijdrage in de kosten, zoals bepaald in het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning, verschuldigd.
2. De bijdrage in de kosten bedraagt maximaal de kostprijs van de voorziening per periode van 4 weken, waarbij:
a. de kostprijs van een eenmalige Pgb per periode gelijk is aan de hoogte van het toegekende Pgb gedeeld door de afschrijvingstermijn;
b. de kostprijs van een periodiek verstrekte Pgb gelijk is aan de hoogte van het Pgb dat per periode is toegekend;
c. de kostprijs van een eenmalig verstrekte maatwerkvoorziening per periode gelijk is aan de vergoeding die de gemeente hiervoor verschuldigd is gedeeld door de afschrijvingstermijn;
d. de kostprijs van een periodiek verstrekte woonvoorziening gelijk is aan de vergoeding die de gemeente hiervoor per periode verschuldigd is.
3. Een bijdrage in de kosten van een woonvoorziening is verschuldigd zolang van deze voorziening gebruik wordt gemaakt of korter, bij een eenmalige Pgb of verstrekking, als eerder het bedrag van de kostprijs is bereikt.