Onderstaande punten kunnen de cliënt helpen om na te gaan of het zelf organiseren van zorg met een pgb passend is voor hem of het gebiedsteam helpen bij het beoordelen of iemand pgb-vaardig is:
De cliënt of zijn vertegenwoordiger overziet de situatie van de cliënt en heeft een duidelijk beeld van zijn zorgvraag;
De cliënt of zijn vertegenwoordiger is op de hoogte van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb, of hij weet die zelf bij de desbetreffende instanties (online) te vinden;
De cliënt of zijn vertegenwoordiger is in staat om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden, heeft inzicht in de bestedingen van het pgb en kan die verspreiden over de periode waarvoor het pgb is afgegeven;
De cliënt of zijn vertegenwoordiger is voldoende vaardig om te communiceren met instanties zoals de gemeente, de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en zorgverleners;
De cliënt of zijn vertegenwoordiger is in staat om zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen;
De cliënt of zijn vertegenwoordiger is in staat om afspraken te maken, vast te leggen en om dit te verantwoorden aan de verstrekker van het pgb (het gebiedsteam van de desbetreffende gemeente en de Dienst);
De cliënt of zijn vertegenwoordiger kan beoordelen en beargumenteren of de geleverde zorg middels een pgb passend en kwalitatief goed is;
De cliënt of zijn vertegenwoordiger kan de inzet van zorgverleners coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof of ziekte;
De cliënt of zijn vertegenwoordiger is in staat om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren;
De cliënt of zijn vertegenwoordiger heeft voldoende juridische kennis over het werk- of opdrachtgeverschap of weet deze kennis te vinden.
Alleen wanneer de cliënt en/of zijn vertegenwoordiging voldoen aan alle bovenstaande punten, wordt een pgb verstrekt.
Hoofdstuk 10
Artikel 10.4