Wanneer de cliënt niet in staat is om alleen een pgb te beheren, kan hij andere partijen inzetten voor hulp of vertegenwoordiging bij het pgb-beheer. Er zijn verschillende partijen die hulp kunnen bieden bij pgb-beheer of de cliënt in het pgb-beheer kunnen vertegenwoordigen, namelijk:
curator;
bewindvoerder (alleen bepaalde taken);
mentor (alleen bepaalde taken);
ouder/voogd;
persoonlijk gevolmachtigde;
informeel netwerk.
Wat betreft de bewindvoerder en mentor geldt dat zij slechts enkele taken van het pgb-beheer namens de cliënt kunnen uitvoeren. Zo behartigt de bewindvoerder alleen de financiële belangen van de cliënt. De mentor behartigt vooral de belangen van de cliënt op persoonlijk vlak en niet op financiën. Daarnaast zijn zij niet bekend met het inkopen van zorg en het beoordelen of de zorg passend en van goede kwaliteit is. Om die redenen kunnen de bewindvoerder en mentor dus niet alle taken bij het pgb-beheer uitvoeren namens de cliënt, maar alleen onderdelen daarvan. De cliënt of andere vertegenwoordigers moeten in dat geval de overige taken bij het pgb-beheer uitvoeren. Lukt dat niet, dan wordt geen pgb verstrekt. De andere genoemde partijen kunnen in theorie wel alle taken van het pgb-beheer uitvoeren, maar dat dient per situatie te worden bekeken.
Bij het beoordelen of één of meerdere van de hierboven genoemde partijen de cliënt kunnen ondersteunen of vertegenwoordigen bij het pgb-beheer, dient dus altijd te worden nagegaan of aan alle 10 punten is voldaan. Hierbij is essentieel dat de vertegenwoordiger zelf geen voordeel haalt uit de ondersteuning bij pgb-beheer. Om die reden komt een zorgaanbieder of zorgverlener bij wie de cliënt (een deel van) zijn zorg inkoopt of in wil kopen niet in aanmerking voor pgb-beheer. Er wordt dus geen pgb verstrekt wanneer de cliënt het beheer van een pgb uitvoert met hulp van of laat uitvoeren door de betrokken ondersteuner zelf of daaraan verbonden personen of organisaties, omdat daarmee ongewenste belangenverstrengeling kan ontstaan.
Pgb-proces
Als aan de pgb-voorwaarden is voldaan en er is besloten om de maatwerkvoorziening in pgb te verstrekken, dan ontvangt de cliënt een beschikking. Vervolgens moet de cliënt samen met de ondersteuner een zorgovereenkomst ondertekenen. In deze overeenkomst zijn afspraken vastgelegd tussen de cliënt (budgethouder) en de met de pgb ingekochte ondersteuner. Op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) staan voorbeeld-overeenkomsten die gebruikt kunnen worden.
De Dienst verstuurt een toekenningsbeschikking aan de SVB en stort budget bij de SVB. De SVB vraagt op basis van de toekenningsbeschikking de zorgovereenkomsten op bij de budgethouder en beoordeelt of deze arbeidsrechtelijk juist is. De gemeenten en de Dienst toetsen of de zorgovereenkomsten zorginhoudelijk juist zijn. Daarna vindt de betaling plaats. Sinds 1-1-2015 ontvangt budgethouder het pgb niet meer rechtstreeks, maar dient declaraties in bij de SVB. De SVB betaalt vervolgens de ondersteuner. Dit wordt het trekkingsrecht genoemd.
Een uitzondering hierop zijn de eenmalige pgb’s. Deze mogen direct verstrekt worden door de Dienst. Eenmalige pgb’s worden vrijwel alleen verstrekt voor een materiële voorziening.
________________________________________
1
ECLI:NL: CRVB:2012:BV7463.
Hoofdstuk 10
Artikel 10.5