Naar hoofdinhoud
Het uitgangspunt van de Wmo 2015 is dat inwoners een eigen verantwoordelijkheid hebben voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en dus ook voor hun zelfredzaamheid en participatie. Eigen kracht is het vermogen van de inwoner om zijn beperkingen zoals bedoeld in de Wmo 2015 te verminderen of weg te nemen door zelf een bijdrage te leveren aan het verbeteren van zijn situatie. De gemeente mag van de inwoner verwachten en vragen dat hij zich maximaal inspant om zijn hulpvraag op te lossen en eventueel stappen zet die wellicht niet zijn eerste keuze zijn. 3.5.1 Beoordelen eigen kracht De gemeente onderzoekt samen met de inwoner of een beroep kan of moet worden gedaan op de eigen kracht. De gemeente doet dit door hierover te praten in het (keukentafel)gesprek. Voor het vaststellen van de eigen kracht van een inwoner zijn in eerste plaats de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de inwoner van belang. Daarnaast kunnen ook oplossingen middels algemeen gebruikelijke voorzieningen of gebruikelijke hulp behoren tot de eigen kracht van de inwoner. Die begrippen worden verderop in dit hoofdstuk uitgelegd. 3.5.2 Voorbeelden van eigen kracht Voorbeelden van eigen kracht kunnen zijn: De gemeente gaat ervan uit dat de inwoner probeert zijn beperkingen op te lossen of te verminderen door zijn dagelijks leven anders te organiseren. Een voorbeeld hiervan is het verspreiden van de huishoudelijke taken over de dag en over de week in plaats van alle huishoudelijke taken op één dag te doen. Het opsparen van de boodschappen, zodat gebruik kan worden gemaakt van de boodschappenbezorgdienst van een supermarkt. Het herinrichten van zijn woning of het verplaatsen van voorwerpen in huis als dit bijdraagt aan het compenseren van zijn beperkingen. De wasmachine kan bijvoorbeeld op een verhoging worden geplaatst, zodat deze in specifieke situaties toch kan worden gebruikt. Het ophangen van een douchegordijn tegen het nat worden van de badkamer. Dat de inwoner alles doet wat in zijn vermogen ligt om herstel van de situatie te bevorderen. Het gebruiken van huishoudelijke apparaten zoals bijvoorbeeld een droger of een vaatwasser. 3.5.3 Algemeen gebruikelijk Eigen kracht kan ook betekenen dat iemand in staat is zijn hulpvraag op te lossen of te verminderen met de aanschaf van een algemeen gebruikelijke voorziening. Een algemeen gebruikelijke voorziening is voorliggend op een maatwerkvoorziening. Criteria: Een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel kan als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt als deze: niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; daadwerkelijk beschikbaar is; een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is; deze financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn: tandem (met uitzondering van een ouder-kind tandem); fiets met lage instap, ligfiets; spartamet/tandemmet; wandelstok; rollator; bezorgdienst; maaltijdservice; elektrische fiets/tandem (al dan niet met lage instap) voor een persoon van 16 jaar en ouder; bakfiets, fietskar, aanhangfiets; personenauto en de gebruikskosten die daaraan verbonden zijn; auto-accessoires: airconditioning, stuurbekrachtiging, elektrisch bedienbare ruiten; cruise control, automaat keukenapparatuur, zoals een keramische of inductie kookplaat; aanrechtblad; hendel mengkranen; thermostatische kranen; vervanging van stoffen meubilair door glad meubilair; aanschaf van een stofzuiger met HEPA-filter; verhoogd toilet of toiletverhoger; tweede toilet/sanibroyeur; antislipvloer/coating; een douchecabine; eenvoudige wandbeugels; verwarmings- en ventilatiesystemen, zoals vloerverwarming; zonwering (inclusief elektrische bediening); ophogen tuin/bestrating bij verzakking. Dit zijn voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen. Of een voorziening daadwerkelijk algemeen gebruikelijk is, hangt af van de situatie en omstandigheden. Er moet aan de hand van de hierboven beschreven criteria beoordeeld worden of de specifieke voorziening ook voor de cliënt in het concrete geval algemeen gebruikelijk is. De financiële mogelijkheden van de cliënt kunnen hierbij een rol spelen. Hierbij geldt dat het aan de cliënt is om aannemelijk te maken dat een (in beginsel) algemeen gebruikelijke voorziening voor hem niet tot de (financiële) mogelijkheden behoort. Dit is uitdrukkelijk aan de cliënt. 3.5.4 Gebruikelijke hulp Er wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt wanneer de belemmeringen van de inwoner opgelost kunnen worden door inzet van gebruikelijke hulp. De wet definieert dit als hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Hierbij gaat het om normale dagelijks zorg, zoals taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, administratie, schoonmaken of bezoek aan familie, instanties of een arts. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die op basis van een familieband of op basis van een bewuste keuze één huishouden vormt met de persoon die beperkingen in zijn zelfredzaamheid of participatie ondervindt. Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter. Dit houdt in dat er zowel van volwassenen als van jonge huisgenoten een bijdrage wordt verlangd in het huishouden. Hierbij houdt de gemeente wel rekening met de ontwikkelingsfase van kinderen. Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage in de huishouding; Kinderen van 5 tot en met 12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke taken, zoals tafeldekken en afruimen, afwassen en afdrogen, boodschappen doen en kleding in de wasmand doen; Van kinderen van 12 tot en met 17 jaar mag worden verwacht dat zij naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, rommel opruimen, stofzuigen en hun bed kunnen verschonen; Een huisgenoot van 18 tot en met 22 jaar kunnen een eenpersoonshuishouden voeren; Vanaf 23 jaar kunnen de huishoudelijke taken volledig overgenomen worden van een huisgenoot die zelf geen huishoudelijke taken kan uitvoeren. Vanaf 23 jaar vallen begeleidingstaken onder de gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende hulpsituatie met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt. Hierbij gaat het in het algemeen over een periode van maximaal drie maanden. Bij het bepalen van de hoeveelheid gebruikelijke hulp wordt geen rekening gehouden met drukke werkzaamheden van een huisgenoot, lange werkweken of veel reistijd. Over het algemeen kan alleen rekening gehouden worden met personen die vanwege hun werkzaamheden langdurig van huis zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval bij internationale vrachtwagenchauffeurs, medewerkers in de offshore of mariniers. Het gaat namelijk te ver deze mensen te dwingen een andere baan of functie te zoeken. De afwezigheid moet wel voldoen aan de volgende kenmerken:’ Het is inherent aan het werk; Het heeft een verplichtend karakter; Het gaat om een aaneengesloten periode van tenminste 7 etmalen. Bij het bepalen van de hoeveelheid gebruikelijke hulp wordt ook geen rekening gehouden met traditionele rolpatronen waarbij bijvoorbeeld één van de partners niets in het huishouden doet. Een zorgvuldige afweging is altijd vereist, met name in het geval van gebruikelijke hulp van een inwonend kind. Daarbij dient rekening gehouden te worden met wat op een bepaalde leeftijd als bijdrage van een kind mag worden verwacht, met de ontwikkelingsfase van het specifieke kind, met het feitelijke vermogen van het kind om een bijdrage te leveren en de veerkracht van het kind. De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld het omgaan met leeftijdgenoten, het doen aan vrijetijdsbesteding en de schoolprestaties. Of er sprake is van gebruikelijke hulp is altijd maatwerk, waarbij rekening gehouden moet worden met de noodzaak tot ondersteuning en de specifieke omstandigheden van de inwoner, zoals zijn persoonskenmerken en zijn gezinssituatie. Is er geen sprake van gebruikelijke hulp, dan wordt verder onderzocht of een maatwerkvoorziening nodig is. Uitzonderingen Hulp van niet-inwonende kinderen is geen gebruikelijke hulp, zij maken immers geen deel uit van het gezamenlijke huishouden. Wel kan met hen besproken worden of ze vrijwillige hulp willen en kunnen verrichten. Met de cliënt en het sociale netwerk moet altijd besproken worden wat redelijk is in het kader van gebruikelijke hulp. Voor zover een partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis dan wel vaardigheden mist om gebruikelijke hulp aan de cliënt te bieden en deze vaardigheden niet kunnen worden aangeleerd wordt van hen geen gebruikelijke hulp verwacht. Als er sprake is van commerciële kamer(ver)huur, behoort de huurder van de betreffende ruimte niet tot de leefeenheid van degene met de beperkte zelfredzaamheid. Er is geen sprake van gebruikelijke hulp. De huurder wordt wel geacht zijn eigen gehuurde kamer te onderhouden.

Rechtspraak bij dit artikel