Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.6

Mantelzorg en hulp van andere personen uit het sociale netwerk

Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harlingen houdende regels omtrent maatschappelijke ondersteuning

Tijdens het gesprek met de cliënt wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om met behulp van mantelzorg of andere hulp uit het sociale netwerk de zelfredzaamheid of participatie te verbeteren. Indien er personen in de sociale omgeving van de inwoner aanwezig zijn die mogelijk wat kunnen betekenen in het oplossen van zijn problemen of hulpvraag, dan wordt van de inwoner verwacht en gevraagd dat hij de gemeente in contact brengt met deze personen. Als de inwoner dat moeilijk vindt, dan kan de gemeente hem hierbij ondersteunen. De enige uitzondering hierop is als de inwoner gegronde redenen heeft om de gemeente niet in contact te brengen met deze personen. Het sociaal netwerk van een inwoner bestaat uit personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt. Tot personen uit de huiselijke kring worden gerekend familieleden van de inwoner, (voormalig) echtgenoot (of partner) of mantelzorgers. Andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt, zijn mensen met wie de inwoner regelmatig contact heeft, zoals bijvoorbeeld buren en medeleden van een vereniging. Bij mantelzorg wordt de hulp verleend door personen uit de directe omgeving van de inwoner die hulp nodig heeft. Doorgaans zijn mantelzorgers personen met wie de inwoner regelmatig contact heeft. De mantelzorger en de inwoner hoeven niet per se in één huis te wonen, wat wel een vereiste is bij gebruikelijke hulp. Mantelzorg wordt niet verleend in het kader van een hulpverlenend beroep, maar is vrijwillige, onbetaalde zorg en kan niet verplicht worden. De normale (gebruikelijke) hulp wordt bij het verlenen van mantelzorg in zwaarte, duur en/of intensiteit aanmerkelijk overschreden. Mantelzorg is dus geen gebruikelijke hulp. Een huisgenoot kan echter wel mantelzorg verlenen naast het bieden van gebruikelijke hulp. Dat betekent dat een aantal taken van de mantelzorger vallen onder wat gebruikelijk is, bijvoorbeeld het doen van het huishouden, en andere taken als boven-gebruikelijk en dus als mantelzorg worden beschouwd. Een mantelzorger geeft zelf aan wat hij, naast eventuele gebruikelijke hulp, kan en wil doen voor wat betreft de hulp aan de inwoner, bijvoorbeeld in het huishouden, of rondom het huis. In het onderzoek bekijkt de gemeente of de inwoner mantelzorg ontvangt. In het (keukentafel)gesprek kan de gemeente de inwoner vragen om in zijn netwerk te vragen of iemand mantelzorg wil bieden. Ontvangt een inwoner mantelzorg, dan bekijkt de gemeente in het gesprek hoe de (fysieke) gesteldheid van de mantelzorger is, hoeveel tijd de mantelzorger beschikbaar heeft en de reistijd die de mantelzorger heeft. Wat een mantelzorger kan doen verschilt van persoon tot persoon en is mede afhankelijk van de aard van de relatie, en de situatie waarin de inwoner en de mantelzorger zich op dat moment bevinden. Mantelzorgers kunnen overbelast raken wanneer zij voor een ander zorgen. In dat geval kan mogelijk hulp aan de mantelzorger worden geboden, aansluitend bij de behoeften en situatie van de zorgvrager en mantelzorger. Maatwerk staat voorop. Een aantal mogelijkheden zijn: Mantelzorgsteunpunten in Franeker, Berlikum en Harlingen (advies, informatie, lichte ondersteuning en voorlichting); Mantelzorgondersteuning via de Skûle Welzijn; Patiëntenverenigingen; Mantelzorglijn van MantelzorgNL (advies en informatie); Onafhankelijke cliëntondersteuning; Ontmoetingsplaatsen voor mantelzorgers en zorgvragers (Mantelzorgcafé in Harlingen en Waadhoeke, Alzheimercafé); Voorzieningen vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). Is er geen hulp voor een mantelzorger door een van deze of een andere regeling, dan kan de gemeente hulp-op-maat inzetten zodat de taken van de mantelzorger tijdelijk overgenomen worden. Voorbeelden zijn dagactiviteiten en kortdurend verblijf. Het doel van de ondersteuning is dat de overbelasting afneemt en de mantelzorg verantwoord kan worden voortgezet.

Rechtspraak bij dit artikel