Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Lokaal verplaatsen per vervoermiddel Wmo

Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Epe 2021

Inleiding In de Wmo staat dat de gemeente individuele maatwerkvoorzieningen moet organiseren voor het noodzakelijke vervoer ten behoeve van de participatie van inwoners. Afwegingskader Om voor een individuele maatwerkvoorziening in aanmerking te komen, worden eerst alle mogelijke alternatieven beoordeeld. Dit betekent dat eerst eigen kracht, wettelijk voorliggende voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen en algemene voorzieningen beoordeeld worden. In algemene zin geldt het volgende: Uitsluitend meerkosten in de kosten van vervoer komen voor compensatie in aanmerking. Deze meerkosten moeten eenvoudig vast te stellen zijn. Gebruik maken van de mogelijkheid zich te laten behandelen is voorliggend op compensatie vanuit de Wmo. Het is mogelijk een (rolstoel)auto te huren voor incidenteel gebruik. Indien cliënt een beroep kan doen op zijn sociale netwerk is dit voorliggend op het verstrekken van een individuele maatwerkvoorziening. Indien cliënt een beroep kan doen op ondersteuning van vrijwilligers is dit voorliggend op het verstrekken van een individuele maatwerkvoorziening. Wettelijk voorliggende voorzieningen Wanneer een cliënt aanspraak kan maken op een voorziening op grond van een andere wet, hoeft de gemeente geen individuele maatwerkvoorziening te verstrekken. Het uitgangspunt is dan namelijk dat de betrokkene op eigen kracht het probleem op kan lossen, namelijk door zijn aanspraak op grond van de andere wet tot gelding te brengen. Wettelijke voorliggende voorzieningen zijn: Een vervoersvoorziening op grond van de WIA (Wet werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen); Vervoer naar dagbehandeling 18+/volwassenen; Thuiswonenden met een Wlz-indicatie, kunnen het vervoer naar dagbesteding of dagbehandeling vergoed krijgen vanuit hun zorgprofiel; Thuiswonenden zonder Wlz-indicatie die in het kader van dagbehandeling vervoer nodig hebben, kunnen een beroep doen op de Subsidieregeling extramurale behandeling; Voor medisch vervoer geldt de zorgverzekeringswet[1]; Voor maatschappelijke participatie van mensen met een Wlz-indicatie geldt het volgende: Een vervoermiddel als een scootmobiel of aangepaste fiets valt onder de Wlz. Wel blijft het college verantwoordelijk voor het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer en het bezoekbaar maken van de woning voor bewoners van Wlz-instellingen (waar wel/geen behandeling wordt geboden); Voor mensen met een Wlz-indicatie die thuis wonen met een Volledig Pakket Thuis (VPT) of een Modulair Pakket Thuis (MPT) is het college ook verantwoordelijk voor het sociaal vervoer. Vervoer van en naar dagbesteding valt wel onder de Wlz. Daarnaast is het college verantwoordelijk voor het bieden van vervoersmiddelen aan mensen die thuis wonen met een VPT of MPT. Algemeen gebruikelijke en algemene voorzieningen Vervoerskosten, ook voor de hieronder vermelde algemene voorzieningen, behoren tot de algemene kosten van bestaan en moeten in principe uit het inkomen op bijstandsniveau worden betaald. Een voorziening kan echter nooit zonder meer algemeen gebruikelijk worden genoemd. Er moet per situatie worden beoordeeld of de specifieke voorziening ook voor de cliënt in het concrete geval algemeen gebruikelijk is. Voordat een individuele maatwerkvoorziening wordt ingezet, wordt gekeken of er gebruik kan worden gemaakt van de volgende algemene voorzieningen: Het openbaar vervoer, wanneer een cliënt het openbaar vervoer kan bereiken en gebruiken; Het vrij toegankelijk collectief vraagafhankelijk aanvullend OV indien de vervoersbehoefte van cliënt minimaal is; Valys voor vervoer naar bestemmingen verder dan 25 kilometer van het woonadres; Een OV-begeleiderskaart; Een scootmobielpool indien de vervoersbehoefte klein is. Daarnaast kunnen de volgende onderdelen binnen het vervoer als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt: Auto (bij 1,5 x modaal inkomen); Fiets / ligfiets; Fiets met trapondersteuning vanaf 12 jaar; Fiets met lage instap; Scooter, brommer, snorfiets ; Tandem; Tandem met trapondersteuning; Bakfiets; Oplaadpunt auto. Individuele en collectieve maatwerkvoorzieningen De gemeente kan een indicatie voor een vervoersvoorziening verstrekken wanneer iemand door beperkingen niet in staat is het openbaar vervoer te bereiken en/of te gebruiken4 of middels een algemeen gebruikelijke voorziening zich te verplaatsen. Dit zorgt voor problemen in de participatie. In dat geval wordt gezocht naar een zo licht mogelijke passende en redelijke voorziening. In de gemeente Epe zijn o.a. de volgende vervoersvoorzieningen, van licht naar zwaar: ZIN: Collectief vraagafhankelijk vervoer; ZIN: Collectief route gebonden vervoer; PGB: Vergoeding aanpassing eigen auto tbv rolstoel; PGB: Vergoeding van vervoer per eigen auto; PGB: Individueel taxivervoer/vervoer door derden; ZIN/PGB: Fietsen voor mensen met een beperking (bijv. driewielfiets); ZIN/PGB: Scootmobiel (10 km p/u); ZIN/PGB: Aankoppelbare handbike; ZIN/PGB: Speciale voorzieningen voor kinderen. Om het vervoer mogelijk te maken, worden ook weer andere voorzieningen verstrekt, zoals: j) ZIN: Onderhoud en reparatie (via gecontracteerde leverancier); k) ZIN: Verzekeringen (via gecontracteerde leverancier). [1] artikel 2.14 Besluit Zorgverzekering Toegang De gemeente Epe bepaalt of iemand in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening. Is de noodzaak vastgesteld, dan wordt bepaald welke voorziening het best passend is, in volgorde van licht naar zwaar. Tot slot wordt de duur van de voorziening bepaald: voor bepaalde of voor onbepaalde tijd (bijv. als gevolg van ouderdomsklachten). Eigen bijdrage Voor alle vervoersvoorzieningen is een eigen bijdrage vereist, en deze wordt geïnd via het CAK. Bij voorzieningen voor jeugdigen onder de 18 jaar geldt geen eigen bijdrage. Voor het collectief vraagafhankelijke vervoer geldt een ritbijdrage die via de vervoersorganisatie geïnd wordt. WA verzekering Bij aanschaf van een elektrisch verplaatsings- of vervoermiddel via pgb geldt de verplichting voor de cliënt om een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering (WA) af te sluiten voor de gebruiksperiode van het hulpmiddel. Bij gebruikmaking langer dan de termijn, waarvoor het persoonsgebonden budget is toegekend, dient het onderhouds- en servicecontract, en de eventuele WA-verzekering voor de verplaatsings- of vervoersvoorziening, te worden verlengd met de feitelijke gebruiksperiode van de voorziening. De hulpmiddelen, die met pgb worden aangeschaft, dienen van voldoende kwaliteit te zijn a. Reizen op afroep (Wmo-taxi) Onder ‘reizen op afroep’ wordt verstaan vervoer dat op afroep plaatsvindt en waarbij de reiziger zelf een keuze heeft in zijn ophaalmoment. Dit vervoer staat vaak tot kort voor de aanvang van de reis niet vast. Omdat de reis meestal met anderen wordt afgelegd, spreken we ook wel van collectief vraagafhankelijk vervoer (cvv). Reizen op afroep wordt georganiseerd door PlusOV. Het Vervoersreglement van PlusOV is hier leidend in. Hierin staat ook de ritbijdrage. Deze wordt regionaal vastgesteld en wordt ook beschreven in de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp, bijlage 1. Gemeentelijke keuzes rondom het reizen op afroep worden gemaakt t.a.v. de toegang, maximaal aantal kilometers, puntbestemmingen en bijdrage sociale begeleiding. Toegang Reizen op afroep is alleen bedoeld voor inwoners die hun eigen vervoer niet meer zelfstandig of met hulp van familie of vrienden kunnen organiseren. Daar is bijvoorbeeld sprake van als iemand vanwege een handicap, beperking of psychische aandoening niet meer kan reizen met het openbaar vervoer. Daarom kan alleen met een door de gemeente geïndiceerde Wmo-vervoerspas met de Wmo-taxi worden gereisd. Met een Wmo-vervoerspas kan in een straal van 20 km rondom de woning (laag tarief) tot een maximum van 40 km (hoog tarief) worden gereisd voor bestemmingen met een sociaal-recreatief karakter. Met sociaal-recreatief vervoer bedoelen we onder andere het reizen naar vrienden/familie, de sportclub, restaurantbezoek, een pretpark, de supermarkt of een winkelgebied. Bij PlusOV kan ook worden gereisd naar werk, school of de dagbesteding, maar niet met de Wmo-vervoerspas. Dat wil zeggen dat dan de (veel) hogere tarieven van provinciaal aanvullend openbaar vervoer van toepassing zijn. Ook voor medisch vervoer gelden de tarieven van het provinciaal aanvullend openbaar vervoer. De zorgverzekeraar kan voor dergelijk vervoer vaak wel een dekking bieden vanuit de basisverzekering. Valys, de organisatie die namens de rijksoverheid het bovenlokaal vervoer voor inwoners met een beperking organiseert, vervoert vanaf 25 kilometer. Wanneer personen op afroep met PlusOV reizen naar een bestemming die gelegen is tussen de 20 en de 25 kilometer, dan betalen zij voor maximaal 5 kilometer een hoger tarief. Indien dit in het individuele geval tot problemen leidt, zal maatwerk uitkomst moeten bieden. Maximaal aantal kilometers Vanaf 2022 kunnen inwoners maximaal 1500 kilometer reizen met hun Wmo-vervoerspas. Is het maximaal aantal kilometers bereikt? Dan kunnen inwoners nog steeds reizen met PlusOV, maar dan tegen de tarieven van het provinciaal aanvullend openbaar vervoer. In uitzonderlijke gevallen kan het college besluiten om het kilometerbudget te verhogen. Deze afweging wordt gemaakt op basis van de beperking/handicap in combinatie met de individuele vervoersbehoefte en aanwezige vervoersmogelijkheden. Hiermee worden schrijnende gevallen voorkomen. Puntbestemming Een puntbestemming is een bestemming die buiten de 20 km valt van de woning van de Wmo-vervoerspashouder. Inwoners kunnen tegen het lage tarief (tarief 0-20 kilometer) reizen naar deze puntbestemmingen De keuze voor de puntbestemmingen is gemaakt aan de hand van de volgende afwegingen: De puntbestemming wordt door meerdere mensen uit de gemeente Epe bezocht en; Het betreft een locatie waar mensen heengaan in verband met een bezoek aan een ziekenhuis of omdat deze bestemming voor de participatie van groot belang is (bijv. centrum of station). In bijlage 4 worden de puntbestemmingen genoemd. Individuele puntbestemmingen zijn niet mogelijk. Begeleiding in het reizen op afroep Wanneer iemand met een beschikking voor het reizen op afroep niet alleen kan reizen, dient de medische of sociale noodzaak van begeleiding vastgesteld te worden. Dit wordt altijd gedaan door een medisch onafhankelijk advies behalve als er geen enkele twijfel is over de noodzaak. Noodzaak tot medische begeleiding: Er is sprake van een zodanige beperking waardoor de persoon niet alleen kan reizen in het voertuig van het collectief vervoer. De kans op noodzakelijk medisch ingrijpen tijdens de rit is reëel aanwezig. De persoon moet zich daarom tijdens iedere rit met het collectief vervoer laten vergezellen door een medisch begeleider; Noodzaak tot sociale begeleiding: Wanneer de persoon na een rit met het collectief vervoer door lichamelijke, verstandelijke of cognitieve beperkingen (of een combinatie daarvan) zich op de plaats van bestemming beslist niet zelfstandig kan redden en er op de plaats van bestemming geen ondersteuning aanwezig is. Het is niet verplicht dat er met iedere collectief vervoer rit een sociale begeleider mee reist, bijvoorbeeld als er sprake is van een routinematige rit, die de pashouder zelfstandig kan uitvoeren. De sociaal en medisch begeleider reizen gratis mee. Dit geldt ook voor een assistentiehond. b. collectief trajectvervoer (routegebonden vervoer) Onder collectief trajectvervoer wordt verstaan het vervoer dat aan vaste routes gebonden is en waarbij de reiziger geen vrije keuze in het ophaalmoment heeft, zoals het vervoer van en naar dagbesteding, de buurtpunten en dagbehandeling, vergelijkbaar met het leerlingenvervoer. Bij dit vervoer herhaalt dezelfde route zich en blijft het vervoer vaak voor een langere tijd in stand. De route wordt meestal samen met anderen afgelegd. Collectief trajectvervoer wordt georganiseerd door PlusOV. Van het collectief trajectvervoer kan alleen gebruik worden gemaakt wanneer inwoners niet zelfstadig kunnen reizen naar geïndiceerde maatwerkvoorzieningen of de buurtpunten, en als gevolg hiervan een gemeentelijke indicatie hebben toegewezen voor vervoer naar deze geïndiceerde maatwerkvoorzieningen of buurtpunten. Inwoners met een gemeentelijke indicatie voor vervoer van en naar een maatwerkvoorziening of buurtpunt betalen geen ritbijdrage en kunnen reizen zonder Wmo-vervoerspas. Wanneer een inwoner buiten de gemeente Epe zorg of begeleiding wil ontvangen, dan is de cliënt zelf verantwoordelijk om het vervoer van en naar deze locatie te regelen. In uitzonderingsgevallen wordt het vervoer ook naar een locatie buiten de gemeente Epe geregeld: wanneer er bijvoorbeeld sprake is dat deze zorg en begeleiding niet binnen de gemeente Epe wordt aangeboden en hiervoor wel een (medische) noodzaak is. c. Vergoeding aanpassing eigen auto tbv rolstoel Aanpassingen aan de auto of bestelbus worden uitsluitend in de vorm van een pgb verstrekt, wanneer het collectief vervoer geen adequate oplossing is. De aanpassingen zijn bedoeld om een privé auto/bestelbus geschikt te maken voor een rolstoelgebruiker. Voorwaarde is dat de auto/bestelbus naar verwachting nog minimaal 10 jaar gebruikt kan worden en maximaal 3 jaar oud is. Gebruikelijke aanpassingen zijn: Aluminium oprijplaat; Bekleding interieur (goedkoopst adequaat); Indien noodzakelijk hemelbekleding; Vloer geschikt maken voor rolstoelgebruik; Rolstoelvergrendeling; Afhankelijk van gezinssituatie 1 of 2 geschikte zitvoorzieningen achter (standaard of indien nodig versmalde zitstoelen). Indien andere aanpassingen noodzakelijk zijn, moet duidelijk gemotiveerd worden dat dit noodzakelijk is ten behoeve van het plaatsen van de rolstoel in de auto/bestelbus. Vergoeding van vervoer per eigen auto Alleen mogelijk in de vorm van pgb. Individueel taxivervoer/vervoer door derden Alleen mogelijk in de vorm van pgb. Fietsen voor mensen met een beperking (bijv. driewielfiets ) In de vorm van ZIN of pgb. g. Scootmobiel In de vorm van ZIN of pgb. Bij Zin wordt de scootmobiel in bruikleen verstrekt en betaalt met een eigen bijdrage als tegemoetkoming in de afschrijving. Pgb-verstrekking is ook mogelijk. Richtlijnen voor toekennen van een scootmobiel zijn: Langdurig nodig voor de participatie in naaste omgeving; Persoon kan maar kleine stukken aaneengesloten lopen én; Kan geen gebruik maken van een aangepaste of elektrische fiets, brommer of scooter; De scootmobiel is regelmatig nodig voor vervoer in de buurt; Indien noodzakelijk wordt ook een stalling met oplaadpunt in bruikleen verstrekt. h. Aankoppelbare handbike In de vorm van ZIN of pgb. Voorwaarde is dat er een adequate rolstoel beschikbaar is, en dat het de goedkoopst adequate voorziening betreft. i.  Speciale voorzieningen voor Jeugdigen In de vorm van ZIN of pgb. Dit is bijvoorbeeld een copilot, driewielfiets of side bij side fiets. Hier geldt geen eigen bijdrage, omdat deze voorziening ten behoeve van de jeugdige is. Voorwaarde voor een voorziening is dat zelfstandig fietsen voor de jeugdige niet mogelijk is en een gewone tandem, bakfiets of aankoppelbare fiets niet geschikt is voor de jeugdige. Therapeutische voorzieningen zijn geen compensatiegebied van de Wmo.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel