Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Bewegen in en om het huis en sportrolstoel Wmo

Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Epe 2021

Inleiding Het kunnen bewegen in en om de woning is belangrijk voor de zelfredzaamheid van iemand. Wanneer iemand beperkt is in de mobiliteit kunnen Wmo-voorzieningen voor het verplaatsen in en om de woning ingezet worden, zoals een rolstoel voor dagelijks gebruik. Richtlijn voor toekenning is dat de cliënt niet in staat is om zich binnenshuis en buitenshuis in en om de woning zelfstandig voort te bewegen. Niet uitsluitend voor verplaatsingen in en om de woning kan compensatie worden aangeboden. Ook wanneer iemand zich dagelijks over langere afstanden moet verplaatsen en hiertoe niet in staat is, kan een voorziening noodzakelijk zijn. Het hoofddoel van de toekenning is dat iemand zich daarmee in en rond de woning kan verplaatsen. Ook het ontmoeten van medemensen en eventueel het voeren van het huishouden kunnen een rol spelen bij de toekenning[1]. Stoelen met een therapeutisch karakter vallen niet onder de Wmo. Ter compensatie van de beperkingen kan gedacht worden aan rolstoelen voor dagelijks zittend verplaatsen, zowel door lichaamskracht als elektrisch voort te bewegen. Ook een buggy voor oudere jeugdigen met een beperking valt hieronder. Afwegingskader Om voor een individuele maatwerkvoorziening in aanmerking te komen, zal het college eerst nagaan of in het gesprek mogelijke alternatieven al zijn beoordeeld. Wettelijk voorliggende voorzieningen Voor loophulpmiddelen en trippelstoelen geldt als een wettelijke voorliggende voorzieningen de voorzieningen van de zorgverzekeraar; Voorzieningen voor het verplaatsen in en om de woning worden vanuit de Wmo verstrekt aan cliënten met zelfstandige woonruimte, tenzij het onomstotelijk vaststaat dat de Wet langdurige zorg (Wlz) hier zorgplichtig is. Voor voorzieningen die speciaal voor de werkplek nodig zijn, kunnen inwoners een vergoeding vragen bij het UWV. Inwoners die onder de Participatiewet vallen, kunnen een vergoeding aanvragen bij de gemeente. Algemeen gebruikelijke voorzieningen Een rolstoel voor incidenteel gebruik kan geleend worden via de zorgverzekeringswet-uitleen. Hier kunnen voorzieningen kosteloos 26 weken geleend worden, en daarna gehuurd worden tegen betaling. Mensen worden geadviseerd om hier zelf een rolstoel aan te schaffen, als dit tot de mogelijkheden behoort. Indien deze mogelijkheden er niet zijn kan het college hiervoor een vergoeding verstrekken. In de verordening Wmo en jeugdhulp staat het maximum bedrag en de termijn die geldt voor deze voorziening. Algemene voorzieningen Vooral op locaties waar zich veel personen bevinden die af en toe gebruik kunnen maken van een rolstoel, zoals in een woonzorgcentrum, wordt het opzetten van een algemene voorziening wenselijk geacht. Indien in de nabijheid van de cliënt nog geen algemene voorziening beschikbaar is, wordt onderzocht of deze gecreëerd kan worden. Indien het opzetten van een algemene voorziening binnen redelijke termijn gerealiseerd kan worden, en deze voorziening passend is voor de cliënt, wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt. Individuele maatwerkvoorzieningen Als er noodzaak bestaat voor een rolstoel voor dagelijks gebruik, dan zal door het college indien nodig een programma van eisen worden opgesteld. Rolstoel Rolstoelvoorzieningen zijn individuele maatwerkvoorzieningen. De rolstoel is bedoeld voor mensen die zich thuis of buitenshuis moeilijk of niet zelfstandig kunnen verplaatsen. Het kan gaan om een handbewogen rolstoel, elektrische rolstoel, buggy of duwwandelwagen die gebruik wordt voor vervoer in en om het huis. Richtlijnen voor toekennen van een rolstoelvoorziening zijn: De rolstoel is minimaal een half jaar nodig; Een rollator en trippelstoel zijn geen oplossing; De rolstoel is dagelijks nodig voor vervoer in en om het huis; Bij twijfel over gebruik en eisenpakket voor de rolstoel wordt onafhankelijk medisch advies aangevraagd. Voor rolstoelen geldt geen eigen bijdrage en worden gratis in bruikleen verstrekt. Ook alle aanpassingen (op medische gronden) en eventuele reparaties komen voor rekening van de Wmo. Reparaties die nodig zijn als gevolg van oneigenlijk gebruik komen voor rekening van de cliënt. Sportrolstoel Wanneer een rolstoel uitsluitend gebruikt wordt tijdens het sporten, dan valt de voorziening onder het thema sportrolstoel. Mensen met een beperking kunnen bij de gemeente een pgb aanvragen voor een sportrolstoel. Richtlijnen voor de verstrekking zijn: De rolstoel is primair nodig voor de maatschappelijke participatie van de cliënt (en dus niet ten behoeve van topsport) en er zijn geen alternatieven voor andersoortig vormen van participatie; Sportbeoefening is onmogelijk zonder deze sportrolstoel; Deze sportrolstoel is niet algemeen gebruikelijk; De persoon is lid zijn van een sportvereniging; De persoon gaat/neemt in de praktijk (actief) deel aan de sportactiviteit waar de sportrolstoel voor nodig is. In de verordening Wmo en jeugdhulp staat het maximum bedrag en de termijnen die gelden voor deze voorziening. Er geldt geen eigen bijdrage voor sportrolstoelen. Algemene richtlijnen t.a.v. het gebruik Bij de verstrekking van (sport)rolstoelen (in bruikleen of in eigendom) kunnen een aantal voorwaarden worden opgelegd aan de cliënt. Deze worden vastgelegd in de bruikleenovereenkomst en overhandigd aan de cliënt. Mantelzorg Ten aanzien van mantelzorgers zal door het college rekening worden gehouden met hun belangen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat als de mantelzorger niet in staat is de rolstoel te duwen, er duwondersteuning op de rolstoel verschaft kan worden. In eerste instantie is echter de zelfredzaamheid van de cliënt het uitgangspunt. Pas wanneer deze ondersteuning nodig heeft van een mantelzorger worden de (on)mogelijkheden van de vaste mantelzorger veelal onderzocht middels een onafhankelijk ergonomisch of medisch advies bij een daartoe gecontracteerd adviesinstantie. [1] (http://www.stimulansz.nl/nieuwspagina/wmo/hoog-laag-installatie-rolstoel)

Rechtspraak bij dit artikel