1.. De gemeenteraad kan, op voorstel van het college, stads- of dorpsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.

2.. Het college zendt het voorstel voor advies aan de commissie, bedoeld in artikel 1:8.

3.. De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het voorstel, bedoeld in het tweede lid.

4.. Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.

5.. Dit artikel is niet van toepassing op beschermde stads- en dorpsgezichten die zijn aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 of de Erfgoedverordening Noord-Holland 2017.