1.. Bij subsidies van meer dan € 250.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:

  • - in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;
  • - in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

2.. De aanvraag tot vaststelling bevat:

  • - een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
  • - een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);
  • - een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en
  • - een accountantsverklaring. De subsidieontvanger is verplicht een controleopdracht te verstrekken aan een accountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, resulterend in een accountantsverklaring. De controle richt zich, met inachtneming van het door het college vastgestelde controleprotocol, op de getrouwheid en rechtmatigheid van de verantwoordingsinformatie als bedoeld in lid 2 sub a tot en met c.

3.. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.