Naar hoofdinhoud
1.. De inkomstenvrijlating kan één keer per bijstandsperiode worden toegepast. Onder dezelfde bijstandsperiode wordt aangemerkt: De periode waarin een uitkering aaneengesloten of na een onderbreking, die korter is dan 30 dagen, wordt voortgezet; De situatie waarin de uitkering wordt hersteld, na onderbreking wegens verblijf in detentie, verblijf in het buitenland of verblijf in een inrichting, ongeacht de duur van deze onderbreking; 2.. Indien een nieuwe bijstandsperiode aanvangt binnen zes maanden na de ingangsdatum van de eerdere inkomstenvrijlating, ontstaat geen nieuw recht op inkomstenvrijlating.

Rechtspraak bij dit artikel