Naar hoofdinhoud
Op grond van artikel 160 lid 1 van de Gemeentewet is het college bevoegd te besluiten over privaatrechtelijke rechtshandelingen. Tot die categorie behoren ook de besluiten met betrekking tot garantstellingen en leningen. In aanvulling daarop staat in artikel 169 (lid 1 t/m 3) dat het college verantwoording aflegt aan de raad over het gevoerde bestuur, alle inlichtingen verstrekt die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft en mondeling of schriftelijk de (door een of meer raadsleden) gevraagde inlichtingen geeft, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. De Gemeentewet heeft daarmee de beslissingsbevoegdheid over een garantstelling en leningen primair bij het college gelegd. In artikel 5 lid 5 van het treasurystatuut is opgenomen dat bij een voorgenomen besluit tot het verstrekken van een lening of garantie inlichtingen aan de raad worden verstrekt indien de raad daarom verzoekt of het college daartoe besluit. Het college neemt in ieder geval bij leningen en garanties groter dan € 100.000 geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. In alle andere gevallen beslist het college zelfstandig en informeert de raad over de afgegeven garantstellingen via de documenten in de Planning & Control-cyclus. Het college beslist daarnaast zelfstandig bij garantstellingen (en leningen) welke verstrekt worden uit hoofde van de uitvoering van (wettelijke) taken als de participatiewet, de wet gemeentelijke schuldhulpverlening, garantstellingen verstrekt door de kredietbank en leningen via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten. De genoemde beleidskaders in paragraaf 3.4 en de criteria in hoofdstuk 4 zijn voor deze vormen van garantstellingen en leningen niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel