Naar hoofdinhoud
1.. Als een maatregel van 100% van de bijstandsnorm is opgelegd wegens schending van één van de verplichtingen genoemd in artikel 18, vierde lid, PW, met een duur van twee maanden of langer, kan de belanghebbende een schriftelijk en gemotiveerd verzoek doen aan het college om deze maatregel te herzien. 2.. In dit verzoek dient in ieder geval opgenomen te zijn: een beschrijving van de geschonden verplichting; en een verklaring, eventueel met ondersteunende bewijsstukken, waarin de belanghebbende aantoont dat hij op het moment van indienen van het verzoek wél ondubbelzinnig aan de verplichting voldoet, dan wel de wijze waarop hij dit aan het college kan aantonen. 3.. Het college beoordeelt op basis van het verzoek of zij de maatregel herziet. 4.. Belanghebbende kan het verzoek niet eerder indienen dan dag waarop de effectuering van de maatregel start. 5.. Als belanghebbende aantoont ondubbelzinnig te voldoen aan de verplichting waarvoor een maatregel is opgelegd, dan gaat de herziening in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin belanghebbende het verzoek tot herziening heeft ingediend. Dit betekent dat de maatregel vanaf die dag komt te vervallen. 6.. Een verzoek tot herziening van de maatregel heeft geen opschortende werking voor wat betreft het effectueren van de maatregel. 7.. Een belanghebbende kan voor ieder besluit dat heeft geleid tot oplegging van een maatregel slecht één maal een verzoek tot herziening indienen. Het college zal een tweede verzoek niet beoordelen. 8.. Een belanghebbende kan per kalenderjaar niet meer dan twee maal een verzoek tot herziening indienen. Het college zal een volgend verzoek niet beoordelen. 9.. Als daartoe aanleiding bestaat, kan het college ambtshalve besluiten over te gaan tot herziening van de maatregel. 10.. Het college geeft belanghebbende schriftelijke terugkoppeling op het verzoek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel