Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2.. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: een persoon moet behoren tot de doelgroep en is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie; of een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 10d, tweede lid, van de wet. 3.. Het college kan zich met betrekking tot het oordeel of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie laten adviseren door een deskundige die daarbij de onder lid 2 genoemde criteria in acht neemt. 4.. Indien de belanghebbende behoort tot de doelgroep als omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet, en beschikt over een Indicatie banenafspraak wordt vastgesteld dat de belanghebbende behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Dit geldt niet indien de persoon, inmiddels werkzaam is in een dienstbetrekking die door het college op basis van artikel 10d van de wet gesubsidieerd wordt en tijdens de uitvoering van de dienstbetrekking geconstateerd wordt dat de belanghebbende in staat is 100% van het wettelijk minimumloon te verdienen. 5.. De hoogte van de loonkostensubsidie bedraagt maximaal 70% van het wettelijk minimumloon.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel