**1..** De Gemeentewet bepaalt in de artikelen 23 en 24 de regels voor besloten raadsvergaderingen, in artikel 25 en 55 de regels voor het opleggen en opheffen van geheimhouding en in artikel 86 de regels voor besloten raadskamervergaderingen;
**2..** De Wet Openbaarheid van Bestuur beschrijft in artikel 10 de gronden op basis waarvan geheimhouding kan worden opgelegd;
**3..** De Algemene Wet Bestuursrecht bepaalt in artikel 2:5 dat een geheimhoudingsplicht geldt voor alle gegevens waarvan iemand het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden. Dit scenario kan worden gezien als een soort vangnetconstructie. Hiervoor is het niet perse nodig dat er een expliciet besluit tot het opleggen van geheimhouding is genomen en of er “vertrouwelijk” of “geheim” op de stukken staat, maar kan de verplichting reeds uit de aard van de informatie en de daarbij betrokken belangen voortvloeien. Uit de jurisprudentie blijkt dat in een dergelijk geval een raadslid zelf de vertrouwelijkheid van documenten moet inschatten;
**4..** Het Wetboek van Strafrecht bepaalt in artikel 272 de strafbaarheid van het schenden van de geheimhoudingsplicht.
Artikel 1.2
Wettelijke kaders.
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Wageningen houdende regels omtrent geheimhouding