De druk op de leefbaarheid in de directe omgeving, als bedoeld in artikel 2:37, vierde lid aanhef en onder a van de APV wordt beoordeeld aan de hand van:

  • - klachten over en rondom het pand waarop de vergunning(aanvraag) betrekking heeft: de overlast moet een klachtenpatroon zijn en aantoonbaar zijn op grond van meldingen bij de gemeente en/of de politie en objectieve feiten en omstandigheden, bijvoorbeeld blijkend uit constateringen van medewerkers van politie of gemeente;
  • - andere relevante factoren rondom het pand waarop de vergunning(aanvraag) betrekking heeft, zoals negatieve effecten van bestaande kamerverhuurbedrijven, horecagelegenheden, prostitutie en/of bij de gemeente bekende probleemgezinnen.