Naar hoofdinhoud
1.. De indiener woont in Vlaardingen blijkens registratie in de basisregistratie personen (BRP) of is daar gevestigd blijkens een recent uittreksel uit de Kamer van Koophandel indien het een rechtspersoon betreft, of de indiener werkt aantoonbaar in de gemeente en gebruikt voor zijn woon-werkverkeer een elektrisch voertuig, of de indiener is een deelauto-aanbieder blijkens registratie in de Kamer van Koophandel. 2.. De indiener is aantoonbaar in het bezit van een elektrisch voertuig of heeft aantoonbaar een elektrisch voertuig aangekocht, dan wel heeft een elektrisch voertuig in gebruik conform een (lease) overeenkomst hiertoe. 3.. Indien de indiener in Vlaardingen woonachtig is en beschikt over parkeergelegenheid op eigen terrein vindt er geen uitbreiding van het openbare laadnetwerk plaats. Indien de rechtspersoon in Vlaardingen gevestigd is en beschikt over parkeergelegenheid op eigen terrein vindt er geen uitbreiding van het openbaar laadnetwerk plaats. Indien de indiener niet in Vlaardingen woont, maar wel in Vlaardingen werkt vindt er geen uitbreiding van het openbaar laadnetwerk plaats indien zijn werkgever beschikt over parkeergelegenheid op eigen terrein. 4.. Als de indiener woonachtig, gevestigd of werkzaam is in een parkeersector in de zin van de geldende parkeerbelasting verordening, dan wordt het laadnetwerk alleen uitgebreid als de indiener beschikt over een parkeervergunning voor deze sector. 5.. Een verzoek tot uitbreiding van het openbare laadnetwerk wordt afgewezen indien blijkt dat voor het aangevraagde woon-, werk- of vestgingsadres reeds een verzoek is ingediend en in de gestelde laadbehoefte is voorzien door middel (uitbreiding) van bestaande laadpunten of plaatsing van een nieuw laadobject. 6.. Per laadlocatie kunnen twee parkeervakken tot laadvak bestemd worden zodat beide laadpunten van het laadobject voor het laden van elektrische voertuigen optimaal gebruikt kunnen worden. Er wordt 1 parkeervak bestemd tot laadvak bij een verwacht gebruik van minimaal 2000 kWh per jaar per laadobject. Er worden 2 parkeervakken bestemd tot laadvak bij een verwacht gebruik van minimaal 4000 kWh per jaar per laadobject. 7.. Indien binnen een loopafstand van 200 meter van het (bedrijfs)adres van de indiener al één of meer openbare laadobjecten aanwezig zijn wordt de indiener hiernaar verwezen indien de bezetting van deze laadobjecten dit toelaat. De bezetting laat dit in ieder geval toe als er gemiddeld minder dan 500 kWh per maand geladen wordt bij het laadobject. Het laadnetwerk wordt bij verwijzing niet uitgebreid. 8.. Indien er binnen een loopafstand van 200 meter van het (bedrijfs)adres van de indiener, geen openbare laadobjecten aanwezig zijn maar wel nieuwe openbare laadobjecten in (plaatsings)procedure zijn, wordt de indiener hiernaar verwezen en wordt het laadnetwerk niet uitgebreid. 9.. Indien er binnen een loopafstand van 200 meter van het (bedrijfs)adres van de indiener, geen openbare laadobjecten aanwezig zijn of in (plaatsings)procedure zijn wordt gekeken naar het verwachte verbruik van een nieuw laadobject. Bij een verwacht gebruik van minimaal 2000 kWh per laadobject per jaar wordt het laadnetwerk uitgebreid met een nieuw laadobject. 10.. Indien niet wordt verwacht dat de indiener van het verzoek voor een verbruik van minimaal 2000 kWh per jaar per laadobject (1 ingericht oplaadvak) kan zorgen, wordt gekeken naar de verzoeken in portefeuille van andere indieners binnen de loopafstand van 200 meter van het (bedrijfs)adres van de indiener. Indien op basis van de verzoeken in portefeuille en het nieuwe verzoek een verbruik van minimaal 2000 kWh per laadobject (1 ingericht laadvak) per jaar, wordt verwacht, wordt het laadnetwerk uitgebreid met een nieuw openbaar laadobject. Indien op basis van de verzoeken in portefeuille en het nieuwe verzoek niet wordt verwacht dat een nieuw laadobject minimaal 2000 kWh per laadobject (1 ingericht oplaadvak) per jaar opbrengt, wordt het nieuwe verzoek voor een periode van 2 jaar ‘in portefeuille’ gehouden. 11.. Concessieverlener en concessiehouder kunnen ook zelf een voorstel doen voor uitbreiding van het openbare laadnetwerk op basis van verbruiksdata van het laadnetwerk. Een laadobject op basis van verbruik kan worden geplaatst indien de laadobjecten in de nabijheid van de gewenste uitbreidingslocatie een verbruik van gemiddeld 250kWh of meer per laadpunt per maand hebben hebben en/of gemiddeld 25 transacties of meer per maand per laadpunt. Concessieverlener geeft hierbij de opdracht tot plaatsing. 12.. Concessieverlener kan op basis van de verwachte vraag naar openbare laadbehoefte in gebieden met nieuwbouw aan concessiehouder opdracht geven een of meerdere laadobjecten te plaatsen in de openbare ruimte ten tijde van oplevering van het nieuwbouwgebied. 13.. Concessieverlener kan op basis van de verwachte vraag naar openbare laadbehoefte van zakelijke veelrijders, aan concessiehouder opdracht geven een of meerdere laadpalen te plaatsen in de openbare ruimte. 14.. Concessieverlener kan op basis van de verwachte vraag in bestaande stadsgebieden waar het laadnetwerk nog niet toereikend is en te verwachten is dat er binnen afzienbare tijd meer openbare laadvraag komt, aan concessiehouder opdracht geven tot het plaatsen van een of meerdere laadpalen in de openbare ruimte. 15.. Concessieverlener kan op basis van een door haar verwachte positieve businesscase op locaties waar veel bezoekers verwacht worden, aan concessiehouder opdracht geven tot het plaatsen van een of meerdere laadpalen in de openbare ruimte. 16.. Concessiehouder kan zelf ook een voorstel doen voor het uitbreiden van het laadnetwerk in de situaties beschreven onder het twaalfde lid tot en met het vijftiende lid. De concessiehouder treedt vervolgens in overleg met de concessieverlener. Indien de concessieverlener instemt met het voorstel wordt door concessieverlener het voorstel ingediend in LPN. 17.. Opschaling van laadlocaties naar laadpleinen met één of meer aanvullende, secundaire laadobjecten (zonder eigen netaansluiting) is mogelijk na een verzoek van de concessiehouder of concessieverlener hiertoe met dien verstande dat laadpleinen op aansluitingen groter dan 3x35A buiten de concessie vallen. Indien de concessieverlener instemt met het voorstel wordt dit door concessieverlener ingediend in LPN. 18.. Het laadobject met bijbehorend(e) laadvak(ken) is openbaar, bestemd voor alle elektrische voertuigen en is niet gereserveerd op kenteken. Op deze regel gelden in ieder geval de volgende twee uitzonderingen: indien er een laadobject geplaatst wordt bij een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wijst het college direct één (laad)vak aan dat samenvalt met de op kenteken gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats en wijst het één openbaar laadvak voor alle elektrische voertuigen aan, ongeacht het verwacht verbruik; indien er een laadobject geplaatst wordt om een laadplaats voor two-way (stationbased) elektrische deelauto’s te kunnen realiseren wijst het college één laadvak aan alleen voor het opladen van elektrische deelauto’s (autodate) en wijst het college één openbaar laadvak voor alle elektrische voertuigen aan ongeacht het verwacht gebruik, het college kan besluiten om twee laadvakken voor het opladen van alleen elektrische deelauto’s aan te wijzen. 19.. Laadvakken in de openbare ruimte mogen alleen worden gebruikt door elektrische voertuigen en alleen als de stekker in het laadpunt en in het voertuig zit.

Rechtspraak bij dit artikel