Naar hoofdinhoud

Artikel 4 Instellen en opheffen van reserves en voorzieningen

Artikel 4 Instellen en opheffen van reserves en voorzieningen

Onderdeel van Nota Reserves en Voorzieningen 2021

4.1 Grondslag voor instellen van reserves en voorzieningen Reserves en Voorzieningen worden ingesteld voor: Concrete door de raad vast te stellen doelen, die in principe binnen vooraf bepaalde tijd (langer dan 1 jaar) kunnen worden gerealiseerd. Bij voorkeur wordt geen bestemmingsreserve gevormd, maar wordt geld voor het doel beschikbaar gesteld met een claim op de algemene reserve; Hierbij moet gemotiveerd worden, waarom het vormen van een reserve noodzakelijk is voor het bereiken van het doel. Indien realisatie binnen de gestelde termijn uit blijft, dan vindt opnieuw afweging door de raad plaats. Deze nieuwe afweging kan betekenen dat de reserve worden gehandhaafd voor het doel waarvoor deze is gevormd of dat de reserve wordt opgeheven. Het saldo wordt alsdan toegevoegd aan de algemene reserve. Het veiligstellen van object- of doelsubsidies of bijdragen van derden of niet benutte delen daarvan, waarvan de verplichting tot het doen van uitgaven zich pas in latere jaren voordoet, maar die niet specifiek hoeven te worden besteed (dus waarop geen terugbetalingsverplichting rust). De egalisatie van ongewenste schommelingen in gemeentelijke tarieven die naar derden toe of intern worden gehanteerd, indien de besteding niet dusdanig gebonden is dat de middelen moeten worden teruggegeven als ze niet zijn besteed aan het doel waarvoor ze zijn geheven. Voor de egalisatie van ongewenste schommelingen in de exploitatie. 4.2 Het instellen van reserves en voorzieningen Voor het instellen van reserves wordt de onderstaande uitgangspunten toegepast: Het streven is zo min mogelijk (in aantal) reserves en voorzieningen in te stellen; Bij het instellen van een reserve is het minimumbedrag € 100.000. Een egalisatiereserve kan een saldo hebben van minder dan € 100.000; Het instellen van een reserve mag niet leiden tot afname van de integrale begrotingsafweging; Instelling van reserves en voorzieningen vindt plaats door middel van expliciete besluitvorming door de gemeenteraad via vaststelling van de begroting, jaarrekening of een raadsvoorstel. Dit betekent dat de instelling van een reserve of voorziening op impliciete wijze (door simpelweg verwerking in de begroting, of via de jaarrekening zonder uitdrukkelijke toelichting) niet is toegestaan. In het raadsbesluit tot instelling van een reserve of voorziening worden onderstaande criteria uitgewerkt: a. de omschrijving van het doel waarvoor de reserve wordt gevormd (bestedingsplan); b. de reden van het hanteren van de rente en het tarief; c. de minimale en/of maximale omvang; d. de omvang en de wijze van stortingen en onttrekkingen (structureel of incidenteel), inclusief onderbouwing daarvan; e. de looptijd (minimaal > 1 jaar); De uitgangspunten voor het instellen van een voorziening en het in stand houden daarvan zijn binnen het BBV aan strikte regelgeving gebonden. Voor het instellen van een onderhoudsvoorziening geldt: geen beheersplan, geen voorziening. Een voorziening om de onderhoudslasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kan worden ingesteld als voldaan wordt aan onderstaande criteria: 1. Instelling en voeding gebeurt alleen op basis van een meerjarenbeheersplan van het betreffende kapitaalgoed. 2. Het beheerplan dient periodiek te worden geactualiseerd (minimaal eenmaal in de vijf jaar) 3. De stand van een voorziening mag niet negatief worden. 4.3 Het opheffen van reserves en voorzieningen Reserves kunnen door de raad worden opgeheven als het doel waarvoor ze in het leven zijn geroepen niet meer actueel is of als door middel van het instellen van een reguliere begrotingspost het gewenste (beleids)doel ook kan worden gerealiseerd. De vrijvallende middelen worden via resultaatbestemming toegevoegd aan de algemene reserve. Indien van een voorziening de achterliggende verplichting, het verlies, het risico of specifieke besteding vervallen is, dan wordt de voorziening opgeheven ten gunste van het saldo van baten en lasten in de jaarrekening. Verder worden reserves en voorzieningen opgeheven als de regelgeving dit op enig moment voor bepaalde zaken dwingend voorschrijft.

Rechtspraak bij dit artikel