5.1 Reserves
Voor het budgetrecht van de raad is het belangrijk dat vorming van en toevoegingen en onttrekkingen aan reserves zo veel als mogelijk al bij de Programmabegroting worden bepaald. Deze voorgenomen en daadwerkelijke mutaties worden daarom apart zichtbaar gemaakt in de Begroting (ter accordering door de raad) en in de Jaarrekening (ter verantwoording aan de raad).
Mutaties in reserves (stortingen en onttrekkingen) worden in de begroting verwerkt op het moment van vaststellen betreffende raadsvoorstel. Dit kan bij opstellen van de begroting of tussentijds. De realisatie wordt bepaald aan de hand van het gerealiseerde saldo van baten en lasten in de jaarrekening. De administratieve verwerking van de realisatie vindt uitsluitend plaats bij de jaarrekening.
Mutaties in de reserves worden door expliciete besluitvorming door de raad vastgesteld. Dit houdt in dat een mutatie op impliciete wijze (door op te nemen in begroting of jaarrekening) niet is toegestaan.
Het voorleggen van tussentijdse mutaties aan de raad kan in het geval van een financieel majeur bedrag of dat de uitvoering van een programma in het gedrang komt.
Het gerealiseerde saldo van baten en lasten in de jaarrekening wordt in principe gemuteerd op de algemene reserve. Bij een overschot vindt storting plaats in de algemene reserve, bij een tekort een onttrekking uit de algemene reserve. Op expliciet voorstel of raadsamendement wordt een (deel van het) gerealiseerde saldo van baten en lasten in de jaarrekening toegevoegd aan een nader te benoemen reserve.
Werkelijke mutaties in de reserves zijn nooit hoger dan het begrote bedrag.
5.2 Voorzieningen
De raad stelt de voorzieningen in en besluit tot toevoegingen aan de voorzieningen via de vaststelling van de programma's (in het resultaatbepalende deel van de begroting en/of jaarrekening). De raad heeft bij het vaststellen van voorzieningen weinig ruimte voor het maken van keuzen (allocatiefunctie). Voorzieningen hebben een verplichtend karakter (artikel 44 BBV). De bevoegdheid tot het doen van uitgaven is een bevoegdheid van het college, tenzij de raad het anders heeft geregeld of wil regelen. De uitgaven, die direct ten laste van de voorziening komen, vallen buiten het budgetrecht van de raad.
Mutaties in voorzieningen (toevoegingen dan wel verminderingen) vloeien uitsluitend voort uit het aanpassen van de omvang van een voorziening aan een nieuw noodzakelijk niveau en wegens aanwending (vrijval) voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld. Deze mutaties vormen een onderdeel van (de resultaatbepaling vóór bestemming).
Elke voorziening moet de omvang hebben van de betreffende verplichting, verlies of risico en mag niet groter, maar ook niet kleiner zijn. Voor het bepalen van de hoogte dient een berekening met argumenten of beheer- en onderhoudsplan ten grondslag te liggen.
5.3 Rente- en inflatietoerekening aan reserves en voorzieningen
Aan reserves wordt geen rente toegerekend. Aan voorzieningen wordt geen rente toegerekend.
Aan de reserve en voorzieningen wordt geen inflatiepercentage toegerekend.
Artikel 5 Mutaties in de reserves en voorzieningen
Artikel 5 Mutaties in de reserves en voorzieningen
Onderdeel van Nota Reserves en Voorzieningen 2021