**1..** Indien een eigen woning of een huurwoning wordt bewoond waarbij geen aanspraak kan worden gemaakt op een (volledige) bijdrage op grond van de Wet op de huurtoeslag, kan belanghebbende in aanmerking voor woonkostentoeslag komen.
**2..** De bijzondere bijstand wordt voor een periode van maximaal 12 maanden verleend, tenzij er zwaarwegende omstandigheden zijn waardoor een verlenging van 12 maanden noodzakelijk is.
**3..** Aan de woonkostentoeslag voor woonkosten boven de maximale huurprijs zoals omschreven in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag en wanneer belanghebbende een woning in huur of eigendom bewoont, wordt met toepassing van artikel 55 van de Participatiewet de verplichting verbonden dat belanghebbende zo spoedig mogelijk verhuist naar een goedkopere woning, waarvoor geen aanspraak meer gedaan hoeft te worden op woonkostentoeslag, dan wel, indien de woning een eigen woning betreft, de woning zo spoedig mogelijk te koop aanbiedt, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten, zodat geen aanspraak meer gedaan hoeft te worden op woonkostentoeslag.
De verhuisplicht als bedoeld in het derde lid wordt niet opgelegd:
als sprake is van een huur boven de maximale huurprijs en deze hoge huur veroorzaakt wordt door voorzieningen die in de woning aangebracht zijn vanwege de handicap van de huurder, van diens partner of van een medebewoner;
vanaf de gepensioneerde leeftijd, als een goedkoper redelijk woonalternatief, gelet op medische en sociale omstandigheden, niet voor handen is;
als het huishouden bestaat uit tenminste acht personen en waarbij de woning geschikt en bestemd is voor de huisvesting van tenminste acht personen.
**4..** Artikel 7 lid 2 en 3 van deze beleidsregels zijn van toepassing: het gehele inkomen boven de geldende bijstandsnorm wordt gezien als draagkracht. De extra vrijlating van € 230,00 is niet van toepassing.
**5..** De woonkostentoeslag voor een eigen woning wordt bepaald door de kosten van de hypotheekrente (niet de aflossing), de premie voor opstalverzekering, het eigenaarsgedeelte van de onroerend zaak belasting, de omslagheffing voor huiseigenaren (de waterschapslasten) en een vast bedrag voor kosten van groot onderhoud en ingrijpende reparaties. Het bedrag voor kosten van groot onderhoud en ingrijpende reparaties wordt gebaseerd op de richtlijnen van Nibud (heden: € 1,36 per € 1000,- WOZ). De voorlopige teruggave in verband met de eigen woning van de Belastingdienst wordt in mindering gebracht.
Hoofdstuk 5
Artikel 10