**1..** Een persoon van 18, 19 of 20 jaar kan slechts aanspraak maken op bijzondere bijstand voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan van de belanghebbende uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm en voor deze kosten geen beroep gedaan kan worden op de ouders omdat:
de middelen van de ouders niet toereikend zijn of;
ouders van belanghebbende bevinden zich in het (verre) buitenland en zijn daar onbereikbaar of;
de ouders van belanghebbende zijn overleden of;
de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken.
**2..** Van noodzakelijke bestaanskosten, die de toepasselijke bijstandsnorm te boven gaan, kan uitsluitend sprake zijn als de belanghebbende zelfstandige huisvesting heeft en deze huisvesting noodzakelijk is.
**3..** In afwijking van het tweede lid van dit artikel, kan er ook bij een verblijf in een opvangcentrum dan wel een inrichting sprake zijn van noodzakelijke bestaanskosten waarvoor bijzondere bijstand verstrekt kan worden.
**4..** De bijzondere bijstand voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar kan in tegenstelling tot het genoemde in artikel 6 niet met terugwerkende kracht ingaan.
**5..** De bijzondere bijstand wordt vastgesteld, rekening houdend met de individuele omstandigheden en bedraagt maximaal een aanvulling tot de van toepassing zijnde bijstandsnorm voor een 21-jarige ingevolge de wet.
**6..** De bijzondere bijstand wegens hogere noodzakelijke bestaanskosten van de 18 tot 20-jarige jongere als aanvulling tot maximaal de norm van een 21-jarige kan de gemeente verhalen op de onderhoudsplichtigen van de jongere.
Hoofdstuk 5
Artikel 9