De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in artikel 9, wordt vastgesteld op:
twintig procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
veertig procent van de uitkering gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
zeventig procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie onder sub a, d en e.
honderd procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie onder sub b en c;
Hoofdstuk 2.
Artikel 10a.
Hoogte en duur van de verlaging gedragingen IOAW en IOAZ
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Bbz 2004, IOAW en IOAZ De Fryske Marren