Het bedrag van de verlaging, bedoeld in artikel 11, wordt toegepast over de maand van oplegging van de maatregel en de volgende twee maanden als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Hierbij wordt over de maand van oplegging ten minste 1/3 van het bedrag van de verlaging verrekend.
Als sprake is van een verlaging op grond van artikel 18, vierde lid, onderdeel a, van de Participatiewet, vindt geen verrekening als bedoeld in het eerste lid plaats.
Hoofdstuk 3.
Artikel 12.
Verrekenen verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Bbz 2004, IOAW en IOAZ De Fryske Marren