Naar hoofdinhoud

Artikel 6.1

Berekening parkeerbehoefte auto en fiets

Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Zandvoort houdende regels omtrent de parkeernormen

De parkeernorm of het kencijfer worden gebruikt om de parkeerbehoefte voor auto en fiets per te ontwikkeling functie te berekenen. Hiervoor wordt de omvang van de functie vermenigvuldigd met de parkeernorm of het kencijfer. Wanneer meerdere functies binnen een ontwikkeling worden gerealiseerd, wordt de parkeerbehoefte van de gehele ontwikkeling bepaald door de parkeerbehoefte van de losse functies bij elkaar op te tellen. Afronding aantal parkeerplaatsen De berekende parkeerbehoefte wordt tussentijds niet afgerond. Pas bij het bepalen van de parkeeroplossing ten behoeve van het indienen van de aanvraag (stap 4), wordt het aantal parkeerplaatsen rekenkundig afgerond op hele parkeerplaatsen. Hierbij wordt tot aan 0,49 parkeerplaatsen afgerond naar beneden en vanaf 0,5 parkeerplaatsen naar boven. Voor het afronden wordt 0,5 dus als zaaglijn gebruikt. Dubbelgebruik van parkeerplaatsen (auto) Indien binnen de ontwikkeling verschillende functies worden gerealiseerd, is het mogelijk rekening te houden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Bijvoorbeeld overdag door werkenden en ’s avonds door bewoners. Daarnaast is het mogelijk om bij woningbouwontwikkelingen rekening te houden met het dubbelgebruik van parkeerplaatsen door bewoners en hun bezoek. Voorwaarde is wel dat de aanvrager binnen het plan vastlegt dat de voor dubbelgebruik meegerekende parkeercapaciteit voor alle gebruikers van het plan toegankelijk is. Dat betekent dat exclusief voor functies of doelgroepen gereserveerde parkeerplaatsen daarvan geen deel uitmaken. Bij gereserveerde parkeerplaatsen voor specifieke doelgroepen (bewoners, deelauto’s, etc.) verminderen de mogelijkheden voor dubbelgebruik van deze parkeerplaatsen. Dubbelgebruik wordt berekend volgens de methodiek van CROW (publicatie 381, december 2018). Om de mogelijkheden voor dubbelgebruik te bepalen worden aanwezigheidspercentages gehanteerd. Deze zijn opgenomen in bijlage C. Rekening houden met bestaande situatie (salderen) Bij de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen mag rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte van de bestaande situatie. Dit betekent dat in het geval van sloop/nieuwbouw, verbouw en/of functiewijziging ook de parkeerbehoefte van de bestaande, te vervallen, functies wordt bepaald op basis van de parkeernormen in deze nota. Deze parkeerbehoefte mag vervolgens worden afgetrokken van de parkeerbehoefte van de nieuwbouw. Zodoende dat alleen het verschil aan parkeerplaatsen nog extra benodigd is. Wanneer bij de parkeeroplossing voor de bestaande situatie gebruik is gemaakt van dubbelgebruik van parkeerplaatsen, of van parkeerplaatsen in de openbare ruimte, zal bij het bepalen van het aantal extra benodigde parkeerplaatsen ook rekening moeten worden gehouden met aanwezigheidspercentages. Dit alles noemt men ook wel salderen. De salderingsregeling geldt ook voor ontwikkelingen in het centrum van Zandvoort. Uitgangspunt bij salderen is dat wordt uitgegaan van de parkeerbehoefte van het meest recente legale gebruik, ook wanneer sprake is van langdurige leegstand. De nieuwe Parkeernormennota geeft namelijk niet de mogelijkheid een parkeertekort op te vangen in de openbare ruimte. De gemeente mag daarnaast geen eisen stellen om bestaande parkeerproblemen op te lossen of een zogenaamd historisch parkeertekort op te lossen. Deze verantwoordelijkheid ligt namelijk bij de gemeente Zandvoort zelf en niet bij een initiatiefnemer. Het is enkel van belang te voorzien in parkeergelegenheid voor de nieuwe (extra) parkeerbehoefte. Hierbij dienen de te realiseren parkeerplaatsen wel te voldoen aan de huidige maatvoering. Bij de correctie van de parkeerbehoefte in verband met eventuele bestaande functies moet ook rekening worden gehouden met de aanwezigheid van parkeercapaciteit op eigen terrein. Indien als gevolg van de nieuwbouw een deel van de bestaande openbare capaciteit komt te vervallen, is het van belang dit op eigen terrein te compenseren. Dit geldt wanneer ten gevolge van de nieuwbouw parkeerplaatsen komen te vervallen vanwege de realisatie van bijvoorbeeld een inritconstructie, of een andere maatregel ter bevordering van de ontsluiting. Voorbeeld 1 - Berekening parkeerbehoefte rekening houdend met bestaande situatie Een bestaande fabriek (bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief), gelegen in de rest bebouwde kom van Zandvoort, met een omvang van 2.000 m2 bvo staat al 50 jaar leeg, maar is nog niet afgebroken en de grond beschikt nog over een ‘fabrieksfunctie’. Nu is een initiatiefnemer van plan het pand te slopen en te herontwikkelen naar een supermarkt met een omvang van 1.000 m2 bvo. De fabriek had geen eigen parkeergelegenheid (geen parkeerplaatsen op eigen terrein). De parkeeroplossing van de fabriek was gelegen in de openbare ruimte. De berekening van het aantal te realiseren parkeerplaatsen is dan als volgt: Parkeerbehoefte supermarkt 1.000 m2 bvo fullservice-supermarkt x parkeernorm (5,15/100 =) 51,5 parkeerplaatsen. Parkeeroplossing in de openbare ruimte, dus rekening houden met dubbelgebruik (in dit voorbeeld wordt naar 2 momenten gekeken; bij de onderbouwing zijn alle momenten uit bijlage C (aanwezigheidspercentages) benodigd). Parkeerbehoefte per moment:  werkdagmiddag: 51,5 x 60% = 30,9. zaterdagmiddag: 51,5 x 100% = 51,5. Rekening houden met bestaande situatie: parkeerbehoefte fabriek: 2.000 m2 bvo x 2,15 = 43,0 werkdagmiddag: 43,0 x 100% = 43,0 zaterdagmiddag: 43,0 x 0% = 0,0 Extra benodigde parkeerplaatsen (nieuw minus oud) werkdagmiddag: 30,9 – 43,0 = -12,1 parkeerplaatsen zaterdagmiddag: 51,5 – 0,0 = 51,5 parkeerplaatsen. Voor dit plan dienen om de parkeerbehoefte op te vangen, 52 parkeerplaatsen extra gerealiseerd te worden. De fabriek had immers geen parkeerbehoefte op zaterdagmiddag. Voorbeeld 2 berekening parkeerbehoefte rekening houdend met bestaande situatie Een vergelijkbaar fabrieksgebouw als in voorbeeld 1 van 2.000 m2 bvo wordt gesloopt en op de locatie wordt een supermarkt van 1.000 m2 bvo gerealiseerd. Het verschil met voorbeeld 1 is dat bij het fabrieksgebouw een parkeerterrein met 50 parkeerplaatsen op eigen terrein is gelegen. Dit terrein is afgesloten met een hek. Bij de bouw van de supermarkt blijft het parkeerterrein met 50 parkeerplaatsen bestaan en wordt het hek, tijdens de openingsuren van de supermarkt, opengezet. De berekening van het aantal parkeerplaatsen is dan als volgt: Parkeerbehoefte supermarkt 1.000 m2 bvo fullservice-supermarkt x parkeernorm (5,15/100) = 51,5 parkeerplaatsen. Parkeeroplossing op eigen terrein 50 parkeerplaatsen. Met de 50 parkeerplaatsen op eigen terrein en een parkeerbehoefte van afgerond 52 parkeerplaatsen moeten nog 2 parkeerplaatsen op eigen terrein worden bijgebouwd. Voorbeeld 3 berekening parkeerbehoefte rekening houdend met bestaande situatie Dezelfde situatie als bij berekening 1, met dat verschil, dat bij de realisatie van de supermarkt een strook van 15 parkeerplaatsen langs de straat komt te vervallen, zodat bij de ingang van de supermarkt voldoende ruimte voor voetgangers, winkelwagens en fietsers is. Deze 15 parkeerplaatsen dienen dan ook nog gecompenseerd te worden. Voor het plan dienen dan (52+15=) 67 parkeerplaatsen extra gerealiseerd te worden. Deze dienen te voldoen aan de huidige eisen wat betreft de maatvoering.

Rechtspraak bij dit artikel