Naar hoofdinhoud

Artikel 6.2

Vergelijking parkeerbehoefte met parkeeraanbod

Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Zandvoort houdende regels omtrent de parkeernormen

Na de berekening van de parkeerbehoefte wordt deze parkeerbehoefte geconfronteerd met het geplande parkeeraanbod. Wanneer het geplande parkeeraanbod groter dan of gelijk is aan de parkeerbehoefte, kan de vergunning worden verleend (paragraaf 6.4). Wanneer dit niet het geval is, wordt gekeken of er afwijkingsmogelijkheden op de ontwikkeling van toepassing zijn (paragraaf 6.3). Uitgangspunt is dat het geplande parkeeraanbod op eigen terrein of binnen het plangebied (bij grotere ontwikkelingen) wordt gerealiseerd. Parkeerplaatsen op eigen terrein Een parkeerplaats geldt als parkeerplaats op eigen terrein indien: de parkeerplaats en parkeerweg voldoen aan de minimale daaraan gestelde eisen en; de parkeerplaats in eigendom is bij de adressen waar de ontwikkeling plaatsvindt, of; de parkeerplaats in erfpacht is uitgegeven, verhuurd of in gebruik is gegeven ten behoeve van de adressen waar de ontwikkeling plaatsvindt, of; in de omgevingsvergunning, bouwvergunning, de huur- of de koopovereenkomst of in de erfpachtvoorwaarden is vastgelegd dat de betreffende parkeergelegenheid is bedoeld voor het adres van de ontwikkeling. Een parkeerplaats op eigen terrein hoeft niet op hetzelfde perceel als een ontwikkeling te liggen. De ontwikkellocatie en een parkeerplaats op eigen terrein mogen ook uit elkaar liggen, mits deze parkeerplaatsen binnen de maximaal acceptabele loopafstanden liggen. Aangetoond moet worden dat deze parkeerplaatsen langdurig, duurzaam en structureel beschikbaar zijn. Acceptabele loopafstanden Parkeerplaatsen moeten op acceptabele loopafstand liggen van de functie waarvoor deze bedoeld zijn. De loopafstand is de kortst mogelijke looproute via de openbare ruimte van de (ingang van de) parkeerlocatie naar de ingang van de bestemming, gemeten met Google Maps. In tabel 6.1 staan de maximaal acceptabele loopafstanden, waarbinnen de parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn. De acceptatie van de loopafstand hangt af van de parkeerduur en van het motief van het bezoek aan het bestemmingsadres. Ook hangt de acceptatie af van de aantrekkelijkheid van de looproute, de prijsstelling en de concurrentiekracht van alternatieven. De maximaal acceptabele loopafstand is daarom in het centrum van Zandvoort langer dan in de rest van de bebouwde kom. De gemeente Zandvoort gebruikt deze maximaal acceptabele loopafstanden voor het toetsen van de parkeeroplossing behorende bij een nieuwe functie en dus niet voor een bestaande situatie. De linker kolom is enkel bestemd voor de functie wonen. De rechter kolom is bestemd voor alle overige functies, waaronder ook de verblijfstoeristische accommodaties. gebied maximale acceptabele loopafstand t.o.v. bouwontwikkeling Functie: wonen Overige functies centrum Zandvoort 300 meter 700 meter schil centrum Zandvoort 150 meter 300 meter rest bebouwde kom en buitengebied 100 meter 250 meter Tabel 6.1: Maximaal acceptabele loopafstanden autoparkeren nieuwe ontwikkelingen Maatvoering parkeerplaatsen op eigen terrein (auto) Naast het minimaal aantal te realiseren parkeerplaatsen, wordt de inrichting van parkeervoorzieningen door de gemeente beoordeeld op bruikbaarheid en veiligheid. Voor de toetsing van de maatvoering van individuele parkeerplaatsen hanteert, de gemeente de meest recente versie van de CROW-publicatie 'ASVV: aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom'.18ASVV2012 of diens opvolger. Voor de toetsing op parkeerplaatsen in (gebouwde) parkeervoorzieningen en parkeerterreinen, hanteert de gemeente de meeste recente versie van de NEN-normering 2443: 'Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in parkeergarages'.19NEN2443 – 2013 of diens opvolger. In tabel 6.2 staan de gehanteerde minimum afmetingen van parkeervakken en de parkeerweg waar de gemeente aan toetst. De breedte van de parkeerweg is de ruimte die een voertuig nodig heeft om een in- en uitrijdende manoeuvre verkeersveilig uit te voeren. Breedte p-vak Lengte p-vak* Breedte p-weg Haakse parkeervakken (90°) 2,50 m 5,00 m 6,15 m Gestoken parkeren onder 70° 2,50 m** 5,50 m 4,50 m Langsparkeren 2,00 m 6,25 m 4,00 m Gehandicaptenparkeerplaats (Parkeervak 90°) 3,50 m 5,00 m min. 5,00 m Gehandicaptenparkeerplaats (Langsparkeervak) 2,00 m 7,00 m 4,00 m Deze maat wordt haaks op de parkeerweg gemeten Deze maat wordt haaks tussen de zijkanten van het parkeervak gemeten (dus haaks op de stand van het voertuig) Tabel 6.2: Minimale maatvoering parkeervakken en parkeerweg op eigen terrein Uiteraard dienen de parkeerplaatsen ook bereikbaar te zijn. Bij twijfel moet dit met behulp van rijcurves en/of rijcurvesimulaties inzichtelijk worden gemaakt. Een dergelijke analyse wordt in opdracht van een initiatiefnemer/gemachtigde uitgevoerd, bij voorkeur door een deskundig adviesbureau. Ook daarbij gelden de richtlijnen uit het ASVV en de NEN2443. Rekenwaarde parkeerplaatsen op eigen terrein (auto) Voornamelijk bij woningen blijkt in de praktijk dat bijvoorbeeld een garage(box) niet altijd wordt gebruikt voor het stallen van de auto, maar als bergruimte. Aangezien hier bij de parkeernormen geen rekening mee wordt gehouden, kan parkeeroverlast ontstaan. Parkeerplaatsen in een garage(box), oprit of carport bij woningen worden daarom niet als volwaardige parkeerplaats meegeteld. In tabel 6.3 is aangegeven in welke mate het parkeren op eigen terrein voor de functie wonen meetelt aan de aanbodzijde. Parkeervoorziening Theoretisch gebruik Feitelijk gebruik Opmerkingen Enkele oprit zonder garage (fysiek ruimte voor één auto) 1 0,8 Enkele oprit is minimaal 5 meter lang en minimaal 3,2 meter breed (bij voorkeur 3,5 m breedte) Gereserveerde parkeerplaats op eigen erf (fysiek ruimte voor één auto) 1 0,8 Lange oprit zonder garage of carport 2 1,0 Lange oprit is minimaal 10 meter lang en minimaal 3,2 meter breed (bij voorkeur 3,5 m breedte) Dubbele oprit zonder garage 2 1,7 Dubbele oprit is minimaal 5,5 meter breed (bij voorkeur 5,9 m breedte) Garage bij woning zonder oprit 1 0 Garagebox, niet bij woning 1 0,5 Garage is minimaal 5,5 meter lang en minimaal 2,85 meter breed (bij voorkeur 3,0 m breed); NB garageboxen worden in praktijk niet altijd voor parkeerdoeleinden gebruikt. Garage met enkele oprit 2 1,0 Oprit is minimaal 6,0 meter lang en minimaal 3,2 meter breed (bij voorkeur 3,5 m breedte) Garage met lange oprit 3 1,3 Oprit is minimaal 11 meter lang en minimaal 3,2 meter breed (bij voorkeur 3,5 m breedte) Garage met dubbele oprit 3 1,8 Oprit is minimaal 6,0 meter lang en minimaal 5,5 meter breed (bij voorkeur 5,9 m breedte) Tabel 6.3: Berekeningsaantal bij toetsing parkeeraanbod bij woningbouwontwikkelingen Voorbeeld rekenwaarde parkeerplaatsen op eigen terrein (auto) Op een postzegellocatie in Zandvoort (rest bebouwde kom) worden in totaal 4 vrijstaande woningen gerealiseerd. Iedere woning beschikt over een dubbele oprit zonder garage. De enkele oprit is minimaal 5,5 meter breed. De berekening van het aantal parkeerplaatsen is dan als volgt: Parkeernorm: voor een vrijstaande woning geldt een parkeernorm van 2,1 per woning (incl. 0,3 bezoek). Parkeerbehoefte: 4 woningen x 2,1 = 8,4 = afgerond 8 parkeerplaatsen op eigen terrein. Theoretisch gebruik: Omdat iedere woning beschikt over een dubbele oprit, worden in totaal 2 x 4 = 8 parkeerplaatsen op eigen terrein aangeboden. De ontwikkeling biedt theoretisch gezien voldoende parkeerplaatsen aan. Feitelijk gebruik: In de praktijk wordt deze oprit echter niet volledig gebruikt voor parkeren, waardoor er geen ruimte is voor 2 parkeerplekken per woning. In feite is er per dubbele oprit zonder garage dus ruimte voor 1,7 parkeerplaatsen: 4 woningen x 1,7 = 6,8 parkeerplaatsen. Feitelijk gezien beschikt deze ontwikkeling over een tekort van (8,4 – 6,8 = 1,6 = afgerond) 2 parkeerplaatsen. De initiatiefnemer moet 2 extra parkeerplaats realiseren ter behoeven van de ontwikkeling van de 4 vrijstaande woningen. Kwaliteitseisen fietsparkeervoorzieningen Om goed te kunnen functioneren moeten fiets- en scooterstallingen aan kwaliteitseisen voldoen. Eisen op het gebied van toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid zijn weergegeven in bijlage D. Deze eisen zijn gebaseerd op basis van het Bouwbesluit 2012 (artikel 4.31), CROW-publicatie 291 (Leidraad fietsparkeren, 2010) en Fietsparkeur20Zie www.fietsparkeur.nl; Fietsparkeur is het keurmerk voor fietsparkeervoorzieningen.. Aanvullend moeten fietsparkeerplaatsen voor bewoners inpandig zijn. In appartementsgebouwen mag de fietsparkeervraag als alternatief voor de individuele bergingen in een gezamenlijke stalling worden opgelost. Fietsparkeerplekken voor werknemers en scholieren moeten bij voorkeur inpandig of overdekt zijn. Plekken voor bezoekers moeten openbaar toegankelijk zijn. Ook mogen geparkeerde fietsen de doorgang voor andere weggebruikers en/of de toegang tot gebouwen niet hinderen, net als dat het manoeuvreren bij in- en uitparkeren van de fiets niet op de rijbaan of het fietspad mag plaatsvinden. De parkeereis voor fietsen moet op eigen terrein worden opgelost. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan een initiatiefnemer in overleg treden met de gemeente, bijvoorbeeld als een centrale collectieve fietsenstalling meerwaarde zou bieden boven een oplossing op eigen terrein. In alle gevallen dient er een onderbouwing gegeven te worden, zodat dit volwaardig getoetst kan worden door de gemeente. Duurzaamheid Bij de vormgeving van de parkeeroplossing dient altijd rekening te worden gehouden met duurzaamheidsaspecten zoals waterdoorlatendheid, hittebestendigheid en groenvoorzieningen. Daarnaast dient de parkeeroplossing passend te zijn bij de doelgroep die van deze parkeerplaatsen gebruik gaat maken. Hoewel de gemeente Zandvoort plannen toetst op voldoende parkeergelegenheid (in aantallen) voor auto’s en fietsen en de bruikbaarheid daarvan, zijn ook andere elementen van belang die ervoor zorgen dat sprake is van een duurzame parkeeroplossing. Hierbij kan worden gedacht aan: Gehandicaptenparkeerplaatsen: Bij publieke voorzieningen dient tenminste 5% van de parkeerplaatsen als gehandicaptenparkeerplaats te worden ingericht. De gehandicaptenparkeerplaatsen dienen zo dicht mogelijk bij de (hoofd)ingang van een gebouw te liggen. De maximale loopafstand tot de ingang bedraagt 100 meter. De ASVV geeft als toepassing zelfs ten minste een aangepaste parkeerplaats op minder dan 50 meter van openbare gebouwen, van bestemmingen die voor mensen met een handicap toegankelijk zijn en van aangepaste woningen21ASVV 2004 – Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom. Ede, CROW, 2004.. Als er sprake is van een groot openbaar parkeerterrein of parkeergarage moet per 50 gewone parkeerplaatsen 1 gehandicaptenparkeerplaats worden gerealiseerd (2% van de parkeercapaciteit). Elektrische laadpunten: Sinds maart 2020 is het aantal laadpunten voor elektrische auto’s opgenomen in het Bouwbesluit 2012: Bij woongebouwen met meer dan 10 parkeervakken op hetzelfde terrein moet voor elk parkeervak leidinginfrastructuur worden aangelegd voor de aanleg van laadpunten. Bij utiliteitsgebouwen met meer dan 10 parkeervakken op hetzelfde terrein moet minimaal 1 oplaadpunt voor de hele parkeergelegenheid worden aangelegd. Ook moet er leidinginfrastructuur worden aangelegd voor 1 op de 5 parkeervakken (20%). Laden en lossen: Bij een functie waar laden en lossen noodzakelijk is (bijvoorbeeld bij een appartementencomplex of bedrijfsgebouw), moet rekening worden gehouden met een geschikte laad- en losvoorziening voor het maatgevende (vracht)voertuig waarmee geladen en gelost gaat worden. Bij nieuwbouw vindt laden en lossen volledig op eigen terrein plaats. Ook het manoeuvreren moet op eigen terrein plaatsvinden, om zo de verkeersveiligheid op de openbare weg te waarborgen. Bij uitbreiding en verbouw vindt laden en lossen zoveel mogelijk op eigen terrein plaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel