Naar hoofdinhoud
Het parkeernormenbeleid van de gemeente is erop gericht dat bij ontwikkelingen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd voor auto’s en fietsen, zodat een goede parkeersituatie is geborgd. Hiervoor gelden een paar uitzonderingen. In deze paragraaf worden deze uitzonderingen behandeld. Mobiliteitsplan Wanneer de parkeerbehoefte van een specifieke ontwikkeling lager ligt dan de parkeerbehoefte conform het gemeentelijk beleid, is het mogelijk om op basis van een Mobiliteitsplan af te wijken van de parkeernorm. In dit Mobiliteitsplan wordt in ieder geval ingegaan op: Doelgroepenanalyse: dat een doelgroep wezenlijk ander gedrag vertoont en dus een lagere parkeerbehoefte wordt verwacht; Mobiliteitsconcepten: dat deelauto’s resulteren in een lagere parkeerbehoefte. Doelgroepenanalyse Wanneer door de initiatiefnemer afdoende kan worden onderbouwd dat de parkeerbehoefte van de ontwikkeling voor een langere periode (10 jaar) lager ligt dan berekend met de parkeernorm, kan hiervan worden afgeweken. Hierbij dient de initiatiefnemer te onderbouwen dat: de doelgroep wezenlijk anders is dan het gemiddelde gedrag; een lagere parkeerbehoefte wordt verwacht. Bij het opstellen van het Mobiliteitsplan kan de initiatiefnemer bijvoorbeeld gebruik maken van zijn reeds eerder opgestelde business- of ondernemingsplan. Bij het opstellen van deze plannen is reeds aandacht besteed aan de specifieke bezoekersdoelgroep, formule, verwachte bezoekersaantallen en verzorgingsgebied. Deze gegevens worden gebruikt ter aanvulling bij de onderbouwing van de parkeerbehoefte. Bij een dergelijke afwijkingsmogelijkheid wordt de ontwikkeling volledig uitgesloten van alle type parkeervergunningen. Mobiliteitsconcepten Nieuwe mobiliteitsconcepten kunnen resulteren in een lager dan gemiddelde parkeerbehoefte. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de inzet van deelauto’s. Als bij een woningbouwontwikkeling in gereguleerd gebied structureel, dat wil zeggen voor minimaal 10 jaar, commercieel aangeboden deelauto’s ter beschikking worden gesteld op aangewezen deelauto parkeerplaatsen, kan het bewonersdeel van de parkeernorm met maximaal 20% worden verlaagd. Bij een dergelijke afwijkingsmogelijkheid wordt de ontwikkeling volledig uitgesloten van parkeervergunningen voor bewoners. De deelauto is in de gemeente Zandvoort nog niet wijd verspreid, waardoor op dit moment nog onvoldoende duidelijk is wat het duurzame effect van de inzet van deelauto’s op de parkeerbehoefte in Zandvoort zal zijn. De initiatiefnemer dient het te verwachte effect dus te onderbouwen. De gemeente Zandvoort zal deze onderbouwing toetsen aan actuele inzichten en ervaringen met nieuwe mobiliteitsconcepten. Afwijking van de parkeernorm ten gevolge van nieuwe mobiliteitsconcepten is alleen mogelijk in gereguleerd gebied. Daarnaast is het van belang dat een initiatiefnemer voldoet aan de minimale eisen gekoppeld aan het fietsparkeren. Dit dient de initiatiefnemer ook in de onderbouwing aan te tonen. Voorbeeld toepassen reductie deelauto’s In de schil van het centrum worden 60 appartementen (huur, etage, midden/goedkoop) gerealiseerd. Conform de parkeernormen zijn 60 x 1,1 = 66 parkeerplaatsen benodigd, waarvan 60 x 0,3 = 18 parkeerplaatsen voor bezoekers en 60 x 0,8 = 48 parkeerplaatsen ten behoeve van bewoners. De initiatiefnemer realiseert en parkeerkelder waar zowel bewoners als bezoekers kunnen parkeren. Het maatgevende moment is de werkdagavond: ((48,0 x 90%) + (18,0 x 80%) = afgerond) 58 parkeerplaatsen. De parkeervraag van 58 parkeerplaatsen moet op eigen terrein worden opgelost. De initiatiefnemer heeft op eigen terrein de ruimte om 54 parkeerplaatsen te realiseren. Om het tekort van 4 parkeerplaatsen op te vangen, is de initiatiefnemer bereid 2 deelauto’s te plaatsen. Bij het plaatsen van deelauto’s kan het bewonersdeel van de parkeernorm met maximaal 20% worden verlaagd. Met het plaatsen van de deelauto’s wordt de parkeervraag van bewoners met ((4 /90%) / 48,0 = ) 9% verlaagd. Dit valt binnen de maximale reductie. Met een parkeercapaciteit van 54 parkeerplaatsen en het plaatsen van 2 deelauto’s, beschikt het bouwplan over voldoende parkeercapaciteit. De parkeervraag wordt volledig op eigen terrein opgevangen. Bij het indienen van de vergunningaanvraag dient de initiatiefnemer het ‘Mobiliteitsplan’ voor de ontwikkeling in te dienen waarin de afwijkingsmogelijkheid staat onderbouwd. Binnen de omgevingsvergunning worden de afspraken over het aanbieden van de deelauto’s vastgelegd. Transformatie of functiewijziging naar een B&B/pension/recreatiewoning Bij de herontwikkeling van een bestaand pand naar een particuliere verblijfstoeristische accommodatie (Bed & Breakfast, pension of recreatiewoning) of het realiseren van een particuliere recreatiewoning, is het niet altijd mogelijk om parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Het gaat hier dan om de realisatie van één of enkele parkeerplaatsen. Voor deze ontwikkelingen wordt daarom de mogelijkheid geboden om op een van de grote parkeerlocaties aan de rand van Zandvoort een parkeerabonnement (jaarabonnement) af te sluiten voor het aantal parkeerplaatsen conform de parkeernorm. Dit abonnement wordt minimaal voor de periode van 3 jaar afgesloten. NB Binnen het toeristisch seizoen is er geen sprake van structurele restcapaciteit. Daarom bestaat de mogelijkheid voor het afnemen van een parkeerabonnement niet voor andere ontwikkelingen dan de transformatie of functiewijziging naar een Bed & Breakfast of pension. Wanneer nieuwe grote parkeerlocaties aan de rand van Zandvoort worden gerealiseerd, of wanneer de bestaande capaciteit op de bestaande grote parkeerlocaties wordt uitgebreid, is het mogelijk deze regeling voor meerdere ontwikkelingen mogelijk te maken. Denk daarbij aan de transformatie van andere functies of bij nieuwbouw. Hiervoor zal op dat moment een afzonderlijk besluit worden genomen. Zwaarwegend belang Wanneer een aanvrager afdoende onderbouwt dat het benodigde parkeeraanbod niet (volledig) op eigen terrein gerealiseerd kan worden, is het mogelijk om af te wijken van de eis om op eigen terrein een parkeeroplossing te bieden voor de gehele parkeerbehoefte. Dit is mogelijk wanneer andere belangen zwaarder wegen dan het verkeers-/parkeerkundige belang en/of wanneer grote economische of volkshuisvestelijke voordelen verwacht worden van het realiseren van de ontwikkeling. De initiatiefnemer moet zijn aanvraag voor een omgevingsvergunning in dat geval voorzien van een onderbouwing van de noodzaak om af te wijken en de effecten die dit (eventueel) heeft op de omgeving. In deze gevallen kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld over het realiseren van extra fietsvoorzieningen of het realiseren van groen of het afnemen van parkeerabonnementen. Een mobiliteitsplan moet onderdeel uitmaken van deze aanvullende afspraken. Omdat het van belang is dat bij afwijkingen de noodzaak en de effecten zorgvuldig worden afgewogen, dienen alle afwijkingen op basis van zwaarwegend belang voldoende gemotiveerd ter besluitvorming te worden voorgelegd aan het College van Burgemeester en Wethouders.

Rechtspraak bij dit artikel