Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 16

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissie 2021

1.. Bij het begin van inhoudelijke agendapunten kunnen de aanwezige toehoorders, indien zij dit ten minste vier uur vóór aanvang van de vergadering bij de griffier kenbaar hebben gemaakt, gedurende maximaal 10 minuten het woord voeren. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen. 3.. Het spreekrecht geldt niet voor personen die het woord willen voeren namens een politieke partij die in de raad vertegenwoordigd is. 4.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Indien zich meer dan twee sprekers hebben aangemeld wordt de totaal beschikbare tijd evenredig over hen verdeeld. 5.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter, of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Rechtspraak bij dit artikel