Naar hoofdinhoud
1.. Het mandaat betreft de uitoefening van de bevoegdheden die toekomen aan het college van burgemeester en wethouders door een lid van het college ten aanzien van te nemen besluiten. 2.. Buiten de reikwijdte van dit mandaat valt de uitoefening van de (reguliere) werkzaamheden binnen de taakvelden van de betreffende portefeuille. 3.. Het mandaat beperkt zich tot het nemen van spoedeisende besluiten in recesperioden waarin niet volgens het reguliere vergaderschema wordt vergaderd en de eerst volgende collegevergadering niet kan worden afgewacht. 4.. Het spoedeisende besluit waarvoor instemming wordt gevraagd past aantoonbaar binnen de door het college vastgestelde uitvoeringsprogramma’s en het coalitieakkoord en de in artikel 2 genoemde uitzonderingen zijn niet van toepassing. 5.. Het mandaat kan uitsluitend gebruikt worden nadat positief advies is ontvangen van de (loco)secretaris en de (loco)burgemeester. 6.. Het mandaat omvat tevens de bevoegdheid tot ondertekening van de in mandaat genomen besluiten. 7.. Van het mandaat wordt geen gebruik gemaakt indien er mogelijkheden zijn tot termijnverlenging, opschorting en, of uitstel. 8.. Het college bepaalt in de collegevergadering, die aan de recesperiode vooraf gaat, dat er sprake is van een recesperiode als bedoeld in dit besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel