Het in artikel 1 verleende mandaat heeft, onverminderd artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht, geen betrekking op besluiten:
die leiden tot de vaststelling of wijziging van algemeen of specifiek gemeentelijk beleid;
die leiden tot de vaststelling of wijziging van beleidsregels als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht;
die leiden tot een wijziging of die een effect hebben op de vastgestelde begroting;
die politiek gevoelig zijn;
die precedentwerking kunnen oproepen;
waarbij een persoonlijk belang van de gemandateerde de besluitvorming kan beïnvloeden dan wel de schijn van belangenverstrengeling kan doen ontstaan;
waarbij financiële verplichtingen worden aangegaan en waarvoor in de gemeentebegroting geen financiële middelen zijn opgenomen.