Deze beleidslijn beschrijft de invulling die de burgemeester geeft aan het begrip ‘slecht levensgedrag’ zoals opgenomen in de Algemene plaatselijke verordening (hierna: APV).
Exploitanten en leidinggevenden van alcohol schenkende horecabedrijven en slijterijen mogen op grond van de Alcoholwet in geen enkel opzicht van slecht levensgedrag zijn. Op grond van de APV geldt hetzelfde voor de volgende personen:
- - de exploitant of beheerder van vergunningplichtige openbare inrichtingen (artikel 2:28 van de APV);
- - de exploitant of beheerder van kamerverhuurbedrijven (artikel 2:37b van de APV);
- - de exploitant of beheerder van bedrijven in een aangewezen gebied, straat of gebouw (artikel 2:35 van de APV);
- - de organisator of aanvrager van vergunningplichtige vechtsportwedstrijden- of gala (artikel 2:25 van de APV);
- - de exploitant of beheerder van seksinrichtingen (artikel 3:5 APV).
Personen van bovengenoemde bedrijven hebben een bijzondere verantwoordelijkheid. Het exploiteren of beheren van dergelijke bedrijven, of beter gezegd, het niet verantwoord exploiteren ervan, kan tot een verstoring van de openbare orde leiden of het omliggende woon- en leefklimaat nadelig beïnvloeden. De levensgedragtoets is een noodzakelijke preventieve toets om de risico’s op inbreuken op de openbare orde en veiligheid en een goed woon- en leefklimaat te beperken. Slecht levensgedrag is een grond om de vergunning te weigeren of in te trekken of om een aspirant leidinggevende niet bij te schrijven op de exploitatievergunning.
Bij het beoordelen van het levensgedrag wordt gekeken naar uiteenlopende feiten en omstandigheden die iets zeggen over het gedrag van de betrokkene. Er moet voldoende vertrouwen kunnen worden gesteld in exploitanten en beheerders. Bij de beoordeling wordt vooral gekeken naar strafbare feiten, maar bijvoorbeeld ook liegen over feiten die relevant zijn voor de beoordeling van het levensgedrag is relevant voor de beoordeling.
De beoordelingen die worden gemaakt in het kader van het criterium levensgedrag vinden plaats aan de hand van diverse informatiebronnen.
De beoordelingen zijn onder andere afhankelijk van het type zaak en de omgeving van de zaak. Dit betekent dat een feitencomplex in het ene geval tot een weigering wegens slecht levensgedrag leidt, en in het andere geval niet. In de verschillende vergunningstelsels kunnen accenten verschillen.
Het doel van deze beleidslijn is om meer inzicht te geven in de wijze waarop de levensgedragtoets plaatsvindt.
Omdat het bij het beoordelen van het levensgedrag gaat om maatwerk, kan rekening worden gehouden met het betrekken van andere feiten en omstandigheden die niet specifiek zijn benoemd in deze beleidslijn, maar die wel relevant kunnen zijn voor de belangen die de Alcoholwet en APV beogen te behartigen.