In afwijking van artikel 2, eerste lid, onder c, ziet het college af van het nemen van een terugvorderingsbesluit:
als het totaal aan netto terugvorderingen op grond van de Pw, IOAW/ IOAZ over het gehele kalenderjaar niet hoger is dan € 150,00; of
als het totaal aan netto terugvorderingen op grond van het Bbz 2004 over het gehele kalenderjaar niet hoger is dan € 250,00;
als het betalingen betreft die gedaan zijn, meer dan zes maanden na de ontvangst van een signaal waaruit het college had moeten afleiden dat ten onrechte of te veel uitkering werd betaald;
als de uitkering wordt beëindigd vanwege werkaanvaarding en als gevolg hiervan voor belanghebbende aanspraak bestaat op de inkomensafhankelijke combinatiekorting of de heffingskorting minstverdienende partner van de belastingdienst;
als bij beëindiging van de uitkering blijkt dat voor belanghebbende aanspraak bestaat op de (alleenstaande) ouderenkorting;
als te veel verstrekte uitkering ten gevolge van overlijden niet meer verrekend kan worden met een resterend recht op uitkering.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 6
Geheel afzien van terugvordering - Geen schending inlichtingenplicht
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 gemeente Beek 2021