De aanvrager wordt geacht een toereikende financiële draagkracht te hebben, wanneer het beschikbare privévermogen op 1 januari 2021 meer bedroeg dan € 12.590,- ingeval van een alleenstaande en € 25.180,- ingeval van gehuwden.
Onder het beschikbare privévermogen wordt in deze beleidsregel uitsluitend verstaan:
contant geld;
tegoeden op bank- en spaarrekeningen;
geld in de vorm van cryptovaluta, en
beleggingen op een effectenrekening of in een effectendepot, met uitzondering van aandelen in het eigen bedrijf en overige aandelen op naam.
Artikel 4
– Vermogensgrens
Onderdeel van Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) III