4.3.1Ondersteuningsbehoefte 1
De jeugdige heeft ondersteuning nodig bij uitvoering van dagelijkse handelingen en vaardigheden waarbij hij in staat is om de eigen regie over zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen te voeren. Het doel van de ondersteuning is om de zelfredzaamheid te stimuleren en tekorten daarin aan te vullen. De ondersteuning is gericht op het uitvoeren van dagelijkse handelingen en vaardigheden. Er zijn drie niveaus te onderscheiden.
Ondersteuningsbehoefte 1 niveau A
Kenmerken van de jeugdige die onder niveau A vallen zijn:
er is meestal geen of in beperkte mate sprake van gedragsproblematiek,
er is sprake van een stabiele (ontwikkel en opvoed) context,
de jeugdige kan afspraken te maken over het moment van de ondersteuning,
de kans op risicovolle situaties en of escalatie is gering,
de jeugdige of het gezinssysteem heeft voldoende inzicht: kan veranderingen in eigen ondersteuningsbehoefte signaleren en hierop reageren,
de jeugdige of het gezinssysteem is gemotiveerd om ondersteuning te ontvangen.
Er zijn meer voorbeelden denkbaar.
Ondersteuningsbehoefte 1 niveau B
Kenmerken van de jeugdige die onder niveau B vallen zijn:
er kan sprake zijn van gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning,
de kans op risicovolle situaties en of escalatie is aanwezig maar niet groot,
de jeugdige of het gezinssysteem kan/kunnen veranderingen zelf signaleren, maar is/zijn onvoldoende in staat om hierop te reageren,
de motivatie van de jeugdige/gezinssysteem voor het volgen van de ondersteuning is wisselend.
Er zijn meer voorbeelden denkbaar.
Ondersteuningsbehoefte 1 niveau C
Kenmerken van de jeugdige die onder niveau C vallen zijn:
er is meestal sprake van matige of ernstige gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning,
de ondersteuning is niet routinematig,
er is geen stabiele (ontwikkel- en/of opvoed-) context,
er is hoog risico op escalatie/gevaar,
met de jeugdige/gezinssysteem is het niet mogelijk om afspraken te maken over de planning doordat de situatie sterk wisselend is en onvoorspelbaar: voortdurend is herziening van de planning van de ondersteuning nodig,
de jeugdige of het gezinssysteem kan/kunnen veranderingen zelf in het geheel niet signaleren
er kan verscherpt toezicht nodig zijn,
de jeugdige of het gezinssysteem is structureel niet of nauwelijks te motiveren tot het volgen van de ondersteuning of behandeling.
Er zijn meer voorbeelden denkbaar.
4.3.2Ondersteuningsbehoefte 2
De jeugdige heeft ondersteuning nodig bij het voeren van de regie over, en uitvoering van zijn dagelijkse handelingen en vaardigheden. Het doel van de ondersteuning is om de zelfredzaamheid te stimuleren en tekorten daarin aan te vullen. De ondersteuning is gericht op het helpen overzien van dagelijkse handelingen en vaardigheden (regie) en het leeftijdsadequaat uitvoeren van dagelijkse handelingen en vaardigheden. Er zijn drie niveaus te onderscheiden.
Ondersteuningsbehoefte 2 niveau A
Kenmerken van de jeugdige die onder niveau A vallen zijn:
er is meestal geen of in beperkte mate sprake van gedragsproblematiek,
er is sprake van een stabiele (ontwikkel en opvoed) context,
de jeugdige en/of het gezinssysteem kan afspraken te maken over het moment van de ondersteuning,
de kans op risicovolle situaties en of escalatie is gering,
de jeugdige heeft voldoende inzicht: kan veranderingen in eigen ondersteuningsbehoefte signaleren en hierop reageren,
de jeugdige of het gezinssysteem is gemotiveerd voor het volgen/ontvangen van ondersteuning.
Er zijn meer voorbeelden denkbaar.
Ondersteuningsbehoefte 2 niveau B
Kenmerken van de jeugdige die onder niveau B vallen zijn:
er kan sprake zijn van gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning,
de kans op risicovolle situaties en of escalatie is aanwezig maar niet groot,
de jeugdige of het gezinssysteem kan/kunnen veranderingen zelf signaleren, maar is/zijn onvoldoende in staat om hierop te reageren,
de motivatie van de jeugdige en/of gezinssysteem voor het volgen van de ondersteuning is wisselend.
Er zijn meer voorbeelden denkbaar.
Ondersteuningsbehoefte 2 niveau C
Kenmerken van de jeugdige die onder niveau C vallen zijn:
er is meestal sprake van matige of ernstige gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering va de ondersteuning,
de ondersteuning is niet routinematig,
er is geen stabiele (ontwikkel- en/of opvoed-) context,
er is hoog risico op escalatie/gevaar,
met de inwoner/gezinssysteem is het niet mogelijk om afspraken te maken over de planning doordat de situatie sterk wisselend is en onvoorspelbaar: voortdurend is herziening van de planning van de ondersteuning nodig,
de inwoner of het gezinssysteem kan/kunnen veranderingen zelf in het geheel niet signaleren,
er kan verscherpt toezicht nodig zijn,
de inwoner of het gezinssysteem is structureel niet of nauwelijks te motiveren tot het volgen van de ondersteuning of behandeling.
Er zijn meer voorbeelden denkbaar.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3