Naar hoofdinhoud
Bij ondersteuningsbehoefte 3 en 4 gaat het om jeugdhulp voor jeugdigen die: specialistische/therapeutische ondersteuning nodig hebben; of behandeling nodig hebben voor de aanpak van een aandoening of stoornis en bijbehorende problemen op verschillende levensgebieden waarbij er tenminste één op één contact nodig is met een specialistische behandelaar. Specialistische/therapeutische ondersteuning Bij specialistische, therapeutische ondersteuning gaat het om trainen, coachen of begeleiden naar zelfstandig(er) functioneren door het aanleren en oefenen van nieuwe vaardigheden. Hieronder worden ook interventies op gezinssysteem niveau verstaan. Dat wil zeggen dat ook personen uit het sociaal netwerk betrokken kunnen worden bij de ondersteuning die door de jeugdhulpaanbieder wordt geboden Wat is behandeling Onder behandeling wordt een aanpak verstaan van psychosociale problemen en/of een psychische/psychiatrische stoornis en bijbehorende problemen op verschillende levensgebieden van de ZRM. De behandeling is gericht op: bewust worden van (eigen) mogelijkheden, plan maken om tot gedragsverandering te komen, werken aan gedragsverandering, bestendigen van de gedragsverandering. Specialistisch behandelaar Bij de ondersteuningsbehoefte 3 en 4 voor jeugd is er ook betrokkenheid van een specialistisch behandelaar noodzakelijk of gewenst voor de uitvoering van de ondersteuning. Voorbeelden van specialistisch behandelaars zijn (Gz-)psycholoog, (ortho)pedagoog(generalist), psychiater, kinderartsen etc. 4.4.1Ondersteuningsbehoefte 3 De jeugdige heeft specialistische/therapeutische ondersteuning nodig bij het aanleren van nieuwe vaardigheden die betrekking hebben op het (psychosociaal) functioneren en bijdragen aan gedragsverandering. Het doel is dat de jeugdige een haalbaar niveau van zelfredzaamheid bereikt. Het gedrag van de jeugdige is passend bij de ontwikkelmogelijkheden en helpt de jeugdige om adequaat te functioneren op de relevante leefgebieden. Denk bijvoorbeeld aan een passende interactie met zijn/haar directe omgeving, positief opvoedklimaat scheppen, of creëren van een veilige leefomgeving. De ondersteuning is gericht op het aanleren en oefenen van nieuwe (inter)persoonlijke vaardigheden in het dagelijks functioneren. Er zijn drie niveaus te onderscheiden. Ondersteuningsbehoefte 3 niveau A Kenmerken van de jeugdige die onder niveau A vallen zijn: er is meestal geen of in beperkte mate sprake van gedragsproblematiek, er is sprake van een stabiele (ontwikkel en opvoed) context, de jeugdige en/of het gezinssysteem kan afspraken te maken over het moment van de ondersteuning, de kans op risicovolle situaties en of escalatie is gering, de zorgvrager heeft voldoende inzicht: kan veranderingen in eigen ondersteuningsbehoefte signaleren en hierop reageren, de jeugdige of het gezinssysteem is gemotiveerd voor het volgen/ontvangen van ondersteuning. Er zijn meer voorbeelden denkbaar. Ondersteuningsbehoefte 3 niveau B Kenmerken van de jeugdige die onder niveau B vallen zijn: er kan sprake zijn van gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning, de kans op risicovolle situaties en of escalatie is aanwezig maar niet groot, de inwoner of het gezinssysteem kan/kunnen veranderingen zelf signaleren, maar is/zijn onvoldoende in staat om hierop te reageren, de motivatie van de inwoner/gezinssysteem voor de volgen van de ondersteuning is wisselend. Er zijn meer voorbeelden denkbaar. Specifiek voor OB 3b Hiervoor geldt dat er altijd een specialistisch behandelaar betrokken is. Daaronder wordt verstaan dat de jeugdhulpverlener afstemt met een specialistisch behandelaar over de in te zetten methode van de specialistische/therapeutische ondersteuning. Als specialistisch behandelaren zijn aan te merken: Psychiater Klinisch psycholoog Klinisch neuropsycholoog Psychotherapeut Verslavingsarts inschreven in profielregister KNMG (enkel specialistisch behandelaar binnen de verslavingszorg) Verpleegkundig specialist GGZ GZ-psycholoog; VG arts Orthopedagoog-generalist NVO Kinder- en jeugdpsycholoog NIP Medisch specialist Ook de Gedragswetenschapper (basis orthopedagoog, ontwikkelpsycholoog) wordt als specialistisch behandelaar gezien bij OB 3b. Ondersteuningsbehoefte 3 niveau C Kenmerken van de jeugdige die onder niveau C vallen zijn: er is meestal sprake van matige of ernstige gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering va de ondersteuning, de ondersteuning is niet routinematig, er is geen stabiele (ontwikkel- en/of opvoed-) context, er is hoog risico op escalatie/gevaar, met de jeugdige/gezinssysteem is het niet mogelijk om afspraken te maken over de planning doordat de situatie sterk wisselend is en onvoorspelbaar: voortdurend is herziening van de planning van de ondersteuning nodig. de jeugdige of het gezinssysteem kan/kunnen veranderingen zelf in het geheel niet signaleren, er kan verscherpt toezicht nodig zijn, de jeugdige of het gezinssysteem is structureel niet of nauwelijks te motiveren tot het volgen van de ondersteuning of behandeling. Er zijn meer voorbeelden denkbaar. Specifiek voor OB 3c Hiervoor geldt dat er altijd een specialistisch behandelaar eindverantwoordelijk is. Onder eindverantwoordelijk wordt verstaan dat er altijd 1 op 1 contact is geweest tussen specialistisch behandelaar en jeugdige en de specialistisch behandelaar eindverantwoordelijk is voor de specialistische/therapeutische ondersteuning. Er mogen medebehandelaars en/of jeugdhulpverleners worden ingezet, maar deze werken altijd onder eindverantwoordelijkheid van de specialistisch behandelaar. Als specialistisch behandelaren zijn aan te merken: Psychiater Klinisch psycholoog Klinisch neuropsycholoog Psychotherapeut Verslavingsarts inschreven in profielregister KNMG (enkel specialistisch behandelaar binnen de verslavingszorg) Verpleegkundig specialist GGZ GZ-psycholoog VG arts Orthopedagoog-generalist NVO Kinder- en jeugdpsycholoog NIP Medisch specialist Bij OB 3c geldt de gedragswetenschapper niet als specialistische behandelaar. De specialistische behandelaar die eindverantwoordelijk is, is in dienst van de jeugdhulpaanbieder. 4.4.2Ondersteuningsbehoefte 4 De jeugdige heeft behandeling nodig voor de aanpak van een aandoening of stoornis en bijbehorende problemen op verschillende levensgebieden waarbij er tenminste één op één contact nodig is met een specialistische behandelaar. Het resultaat van de behandeling draagt bij aan (inter)persoonlijke vaardigheden zoals beschreven bij Ondersteuningsbehoefte 3. Onder de behandeling valt ook diagnostiek gericht op het in kaart brengen van mogelijkheden en beperkende factoren binnen een ziektebeeld en/of behandeling (procesdiagnostiek) gericht op ontwikkelen van inzichten in eigen handelen en/of nieuwe vaardigheden. . Er zijn vijf niveaus te onderscheiden. De indeling van de niveaus A, B en C zegt iets over de kenmerken van de jeugdige en/of het gezinssysteem. Niveau E en F betreffen specifieke (deel)vormen van ondersteuning binnen OB4. Ondersteuningsbehoefte 4 niveau A Kenmerken van de jeugdige die onder niveau A vallen zijn: er is meestal geen of in beperkte mate sprake van gedragsproblematiek, er is sprake van een stabiele (ontwikkel en opvoed) context, de jeugdige en/of het gezinssysteem kan afspraken te maken over het moment van de ondersteuning, de kans op risicovolle situaties en of escalatie is gering, de jeugdige heeft voldoende inzicht: kan veranderingen in eigen ondersteuningsbehoefte signaleren en hierop reageren, de jeugdige of het gezinssysteem is gemotiveerd voor het volgen/ontvangen van ondersteuning. Er zijn meer voorbeelden denkbaar. Ondersteuningsbehoefte 4 niveau B Kenmerken van de jeugdige die onder niveau B vallen zijn: er kan sprake zijn van gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning, de kans op risicovolle situaties en of escalatie is aanwezig maar niet groot, de jeugdige of het gezinssysteem kan/kunnen veranderingen zelf signaleren, maar is/zijn onvoldoende in staat om hierop te reageren, de motivatie van de jeugdige/gezinssysteem voor de volgen van de ondersteuning is wisselend. Er zijn meer voorbeelden denkbaar. Ondersteuningsbehoefte 4 niveau C Kenmerken van de jeugdige die onder niveau C vallen zijn: er is meestal sprake van matige of ernstige gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering va de ondersteuning, de ondersteuning is niet routinematig, er is geen stabiele (ontwikkel- en/of opvoed-) context, er is hoog risico op escalatie/gevaar, met de jeugdige/gezinssysteem is het niet mogelijk om afspraken te maken over de planning doordat de situatie sterk wisselend is en onvoorspelbaar: voortdurend is herziening van de planning van de ondersteuning nodig, de jeugdige of het gezinssysteem kan/kunnen veranderingen zelf in het geheel niet signaleren, er kan verscherpt toezicht nodig zijn, de jeugdige of het gezinssysteem is structureel niet of nauwelijks te motiveren tot het volgen van de ondersteuning of behandeling. Er zijn meer voorbeelden denkbaar. Specifiek voor OB 4, niveau A, B en C Hiervoor geldt dat een specialistische behandelaar eindverantwoordelijk is. Als specialistisch behandelaren worden aangemerkt: Psychiater Klinisch psycholoog Klinisch neuropsycholoog Psychotherapeut Verslavingsarts inschreven in profielregister KNMG (enkel regiebehandelaar binnen de verslavingszorg) Verpleegkundig specialist GGZ GZ-psycholoog VG arts Orthopedagoog-generalist NVO Kinder- en jeugdpsycholoog NIP Medisch specialist Er mogen medebehandelaars worden ingezet, maar deze werken altijd onder eindverantwoordelijkheid van de specialistisch behandelaar. De specialistisch behandelaar moet in dienst zijn van de jeugdhulpaanbieder. Ondersteuningsbehoefte 4 niveau E Niveau E betreft de afzonderlijke medicatiecontrole voor jeugd en is een verbijzondering van ondersteuningsbehoefte 4. Dit geldt alleen voor jeugdhulpaanbieders die medicatiecontrole inzetten voor kinderen met ADHD en gedragsproblemen. Wanneer een zorgaanbieder binnen de behandeling medicatiecontrole inzet, dan valt dit onder ondersteuningsbehoefte 4A, B of C. Ondersteuningsbehoefte 4 niveau F Niveau F betreft de diagnostiek en behandeling van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie. Dyslexie wordt gezien als een psychische stoornis in de zin van de wet (TK 2012/13, 33 684, nr. 3, p. 119). Het onderwijs is verantwoordelijk voor signalering van jeugdigen met dyslexie omdat in het onderwijs lees-/spellingproblemen als eerste herkend zullen worden. Voor de behandeling van dyslexie zal een diagnose gesteld moeten worden. Dyslexiezorg omvat de zorg in verband met enkelvoudige ernstige dyslexie (EED en zie CRVB:2018:3454). Bij EED is sprake van dyslexie zónder bijkomende stoornissen die belemmerend zijn voor de behandeling van dyslexie. Organisaties die voldoen aan de landelijke richtlijnen voor EED zorg kunnen diagnostiek (max 15 uur) en behandeling (max 70 uur) gericht op EED bieden aan jeugdigen van 7-13 jaar. De behandeling wordt pas ingezet als begeleiding uit het onderwijs tot onvoldoende resultaat heeft geleid. EED-ondersteuning is aanvullend op onderwijsondersteuning die gelijktijdig plaatsvindt

Rechtspraak bij dit artikel