Naar hoofdinhoud
Met de maatwerkvoorzieningen begeleiding en groepsondersteuning (dagbesteding) wordt invulling gegeven aan het wettelijke begrip begeleiding. Daaronder worden activiteiten verstaan gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid of participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven (art. 1.1.1 van de wet). Groepsondersteuning is een vorm van begeleiding, waarbij sprake is van structurele tijdsbesteding met een welomschreven doel waarbij een cliënt actief wordt betrokken en wat hem zingeving biedt, anders dan arbeid of onderwijs. Zelfredzaamheid bevat twee elementen: het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL), het voeren van een gestructureerd huishouden. Participatie heeft betrekking op deelname aan het maatschappelijk verkeer. Dit wil zeggen zoveel mogelijk op gelijke voet met anderen mee kunnen doen aan de samenleving. Zelfredzaamheid en participatie worden samengevat in dagelijkse handelingen en praktische zaken. Daaronder wordt verstaan: eten medicatie gebruik drinken in en uit bed komen, in stoelen gaan zitten en weer opstaan bewegen, lopen, verplaatsen ontspanning zinvolle activiteit, invulling van de dag, tijdsbesteding etc. aan- en uitkleden gesprek voeren toiletgang lichaamswarmte regelen (bv. kachel hoger/lager kunnen zetten, bijbehorende kleding uitkiezen) lichamelijke hygiëne deelname aan het maatschappelijk verkeer sociale vaardigheden sociale redzaamheid deelname aan de samenleving huishouden Er zijn meer voorbeelden denkbaar. Om de dagelijkse handelingen en praktische zaken uit te kunnen voeren, moet de cliënt daar lichamelijk toe in staat zijn maar ook over vaardigheden beschikken. De vaardigheid is het vermogen om een handeling bekwaam uit te voeren of een probleem op te lossen. Een vaardigheid op een of ander gebied wordt veelal vergaard door praktische ervaring, door korte of langere tijd regelmatig te oefenen. Cliënten die zijn aangewezen op begeleiding en/of groepsondersteuning ondervinden problemen in hun functioneren op het gebied van: sociale redzaamheid (dagelijkse bezigheden, problemen oplossen en besluiten nemen, dagelijkse routine regelen, et cetera). probleemgedrag (gedragsproblemen). psychisch functioneren (concentratie, geheugen en denken en perceptie van omgeving). geheugen en oriëntatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel