Om zoveel mogelijk maatwerk te kunnen bieden, wordt niet geïndiceerd op basis van termen van begeleiding en groepsondersteuning maar in de ondersteuningsbehoeften van de cliënt met een bijbehorend niveau. Hiermee wordt duidelijk welk resultaat met de ondersteuning moet worden bereikt. Naast de ondersteuningsbehoeften kan het college wonen en verblijf verstrekken als vervanging van thuis. Denk aan kortdurend verblijf.
Ondersteuningsbehoeften en niveaus
Er zijn twee ondersteuningsbehoeften met elk drie niveaus. Het niveau is gebaseerd op kenmerken van de cliënt en het cliëntsysteem. Dat betekent dat ook personen uit het sociaal netwerk een rol kunnen spelen; zowel in positieve als in negatieve zin. Het college maakt een inschatting van de omvang en de duur van de ondersteuning. De omvang van de ondersteuning wordt vermenigvuldigd met de prijs. Op deze manier wordt het budget bepaald dat de aanbieder maximaal kan declareren voor het bereiken van het resultaat. De aanbieder declareert op basis van de ondersteuningsbehoefte en het niveau dat door het college is vastgesteld. De declaratie voor individuele ondersteuning is gebaseerd op minuutprijzen en de groepsondersteuning is gebaseerd op een prijs per dagdeel (4 uur).
Ondersteuningsbehoefte 1: uitvoering dagelijkse handelingen en vaardigheden
De cliënt heeft ondersteuning nodig bij de uitvoering van dagelijkse handelingen en vaardigheden waarbij hij in staat is om de eigen regie over zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen te voeren. Het resultaat van de ondersteuning is om de zelfredzaamheid te stimuleren en tekorten daarin aan te vullen. De ondersteuning is gericht op het uitvoeren van dagelijkse handelingen en vaardigheden. Er zijn drie niveaus te onderscheiden.
Ondersteuningsbehoefte 1 niveau A
Kenmerken van de cliënt die onder niveau A vallen zijn:
er is meestal geen of in beperkte mate sprake van gedragsproblematiek;
er is sprake van een stabiele (ontwikkel) context;
de cliënt kan afspraken maken over het moment van de ondersteuning;
de kans op risicovolle situaties en/of escalatie is gering;
de cliënt heeft voldoende inzicht: kan veranderingen in eigen ondersteuningsbehoefte signaleren en hierop reageren;
de cliënt is gemotiveerd om ondersteuning te ontvangen.
Er zijn meer voorbeelden denkbaar.
Ondersteuningsbehoefte 1 niveau B
Kenmerken van de cliënt die onder niveau B vallen zijn:
er kan sprake zijn van gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning;
de kans op risicovolle situaties en/of escalatie is aanwezig maar niet groot;
de cliënt kan veranderingen zelf signaleren, maar is onvoldoende in staat om hierop te reageren;
de motivatie van de cliënt voor het volgen van de ondersteuning is wisselend.
Er zijn meer voorbeelden denkbaar.
Ondersteuningsbehoefte 1 niveau C
Kenmerken van de cliënt die onder niveau C vallen zijn:
er is meestal sprake van matige of ernstige gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning;
de ondersteuning is niet routinematig;
er is geen stabiele (ontwikkel) context;
er is hoog risico op escalatie/gevaar;
met de cliënt is het niet mogelijk om afspraken te maken over de planning doordat de situatie sterk wisselend is en onvoorspelbaar: voortdurend is herziening van de planning van de ondersteuning nodig;
de cliënt kan veranderingen zelf in het geheel niet signaleren;
er kan verscherpt toezicht nodig zijn;
de cliënt is structureel niet of nauwelijks te motiveren tot het volgen van de ondersteuning of behandeling.
Er zijn meer voorbeelden denkbaar.
Ondersteuningsbehoefte 2: regie over en uitvoering van dagelijkse handelingen en vaardigheden
De cliënt heeft ondersteuning nodig bij het voeren van de regie over, én uitvoering van zijn dagelijkse handelingen en vaardigheden. Het resultaat van de ondersteuning is om de zelfredzaamheid te stimuleren en tekorten daarin aan te vullen. De ondersteuning is gericht op het helpen overzien van dagelijkse handelingen en vaardigheden (regie) en het leeftijdsadequaat uitvoeren van dagelijkse handelingen en vaardigheden. Er zijn drie niveaus te onderscheiden.
Ondersteuningsbehoefte 2 niveau A
Kenmerken van de cliënt die onder niveau A vallen zijn:
er is meestal geen of in beperkte mate sprake van gedragsproblematiek;
er is sprake van een stabiele (ontwikkel) context;
de cliënt kan afspraken maken over het moment van de ondersteuning;
de kans op risicovolle situaties en/of escalatie is gering;
de cliënt heeft voldoende inzicht: kan veranderingen in eigen ondersteuningsbehoefte signaleren en hierop reageren;
de cliënt is gemotiveerd om ondersteuning te ontvangen.
Er zijn meer voorbeelden denkbaar.
Ondersteuningsbehoefte 2 niveau B
Kenmerken van de cliënt die onder niveau B vallen zijn:
er kan sprake zijn van gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning;
de kans op risicovolle situaties en of escalatie is aanwezig maar niet groot;
de cliënt of het cliëntsysteem kan/kunnen veranderingen zelf signaleren, maar is/zijn onvoldoende in staat om hierop te reageren;
de motivatie van de cliënt/ cliëntsysteem voor de volgen van de ondersteuning is wisselend.
Er zijn meer voorbeelden denkbaar.
Ondersteuningsbehoefte 2 niveau C
Kenmerken van de cliënt die onder niveau C vallen zijn:
er is meestal sprake van matige of ernstige gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning;
de ondersteuning is niet routinematig;
er is geen stabiele (ontwikkel) context;
er is een hoog risico op escalatie/gevaar;
met de cliënt is het niet mogelijk om afspraken te maken over de planning doordat de situatie sterk wisselend is en onvoorspelbaar: voortdurend is herziening van de planning van de ondersteuning nodig;
de cliënt kan veranderingen zelf in het geheel niet signaleren;
er kan verscherpt toezicht nodig zijn;
de cliënt is structureel niet of nauwelijks te motiveren tot het volgen van de ondersteuning of behandeling.
Er zijn meer voorbeelden denkbaar.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.2