Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Schoon en leefbaar huis

Onderdeel van Beleidsregels Wmo & Jeugd Gemeente Vlissingen Juni 2021

Gemeentelijke ondersteuning bij het voeren van een huishouden neemt de verantwoordelijkheid van de inwoner niet over, maar helpt om het resultaat te behalen. Het resultaat dat behaald dient te worden is een schoon en leefbaar huis. Dit betekent dat men gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimtes, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap. De genoemde ruimtes dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden. Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau van schoon te realiseren. Indien de inwoner regie kan voeren over het eigen leven, mag van hem/haar worden verwacht dat werkzaamheden worden geprioriteerd en keuzes worden gemaakt. Regisserend vermogen toetsen wij via de richtlijn regisserend vermogen (zie bijlage 2) en de ZelfRedzaamheidsMatrix (ZRM) . Er wordt samen met de inwoner bepaald wat er nodig is. Als er niet kan worden gekomen tot een gezamenlijke afspraak wordt teruggevallen op het CIZ-protocol (zie bijlage 3). Het hebben van huisdieren is een keuze van de hulpvrager. In deze situaties wordt verwacht dat de hulpvrager zelf voor deze huisdieren kan zorgen. Huisdieren zijn dan ook niet van invloed op de frequentie van de uit te voeren taken. Activiteiten die niet onder het resultaat van een schoon en leefbaar huis vallen, zijn onder andere: tuinonderhoud; opruimen van schuur en zolder; ramen aan de buitenkant; verzorging van huisdieren; vervuiling door huisdieren; opruimen van het huishouden terwijl men hier wel toe in staat is.

Rechtspraak bij dit artikel