Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Rolstoel

Onderdeel van Beleidsregels Wmo & Jeugd Gemeente Vlissingen Juni 2021

Een rolstoel kan helpen met het verplaatsen in en rondom de woning. Het verplaatsen in en om de woning kan op verschillende manieren plaatsvinden: met een rollator, lopend met krukken, met een trippelstoel, of met een rolstoel. Van deze voorzieningen valt uitsluitend de rolstoel onder de Wmo. Wanneer een inwoner zich “dagelijks zittend moet verplaatsen in en om de woning” kan hij in aanmerking komen voor een maatwerk rolstoel. Wanneer de rolstoel af en toe wordt gebruikt waarbij de rolstoel in de auto wordt meegenomen om elders te gebruiken (bijvoorbeeld bij het winkelen of bij uitstapjes) valt dit in beginsel niet onder het met een maatwerkvoorziening te bereiken resultaat. De specifieke vereisten van een maatwerk rolstoel worden beoordeeld door de leverancier van het middel. De rolstoel kan in natura verstrekt worden of middels een persoonsgebonden budget (PGB). Met een rolstoel in natura regelt de gemeente dat hij de rolstoel ontvangt via een leverancier en vallen alle kosten van onderhoud en verzekering onder de regeling. Bij een PGB wordt een budget verstrekt, dit budget is niet hoger dan de prijs van een vergelijkbare rolstoel in natura. Bij het PGB wordt een bedrag opgenomen voor reparatie en onderhoud. Met het PGB moet de inwoner minimaal zeven jaar een rolstoel bekostigen om zich te verplaatsen. Voor kinderen wordt niet uitgegaan van de technische afschrijvingsduur maar van de te verwachten gebruiksduur van de betreffende rolstoel, omdat een kind nog groeit en er daardoor binnen een kortere termijn dan de technische afschrijvingsduur een nieuwe rolstoel nodig kan zijn.

Rechtspraak bij dit artikel