Naar hoofdinhoud
1.. Begeleiding is primair een taak van de ouders. Als ouders dit niet zelf kunnen verzorgen, zorgen zij zelf voor een oplossing. Indien de leerling in een instelling woont, blijven ouders en instelling verantwoordelijk voor de zorg en de daarmee samenhangende begeleiding van de leerling naar school en terug. 2.. Als ouders en de instelling er niet in slagen zelf de begeleiding te leveren, kunnen zij daarvoor een derde inschakelen. Bijvoorbeeld een oppas, een buurman of buurvrouw, een familielid of een vrijwilliger. 3.. Van een ernstige benadeling van het gezin is in ieder geval sprake als de begeleider voor het begeleiden van leerlingen van het basisonderwijs meer dan drie uur reistijd openbaar vervoer per dag heeft of voor het begeleiden van leerlingen van het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet (speciaal) onderwijs, meer dan drie uur reistijd openbaar vervoer heeft. 4.. Van een ernstige benadeling van het gezin is naar het oordeel van het college sprake van als één van de volgende situaties sprake is: er is sprake van een eenoudergezin en door de aanwezigheid van andere kind(eren) onder de 7 jaar is de ouder niet in staat om de leerling zelf naar school te brengen, dan wel te begeleiden; de ouder heeft aantoonbare scholings- of arbeidsverplichtingen op de vervoersmomenten van de leerling. Hierbij is de bedoeling dat de ouder eerst zelf heeft verkend wat de mogelijkheden zijn; de ouder heeft een structurele lichamelijke of zintuiglijke en/of psychische beperking in de zin van de verordening. 5.. Het enkele feit dat beide ouders werken is voor het college zonder bijkomende omstandigheden die de enige belemmering zijn om zelf te begeleiden of anderen namens hen te laten begeleiden geen reden om aangepast vervoer toe te kennen.

Rechtspraak bij dit artikel