Naar hoofdinhoud
1.. Het college berekent de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 23 van de verordening bepaalde afstand van 6 kilometer, op basis van de informatie van de lokale openbaar vervoerder. Het tarief dat geldt op het moment van aanvraag, geldt voor (de rest van) het schooljaar waarvoor de ouder bekostiging vraagt. 2.. Het drempelbedrag dat het college hanteert staat gelijk aan het goedkoopste, adequate ov-abonnement in de regio. Er wordt jaarlijks gekeken of de kosten van dit abonnement wijzigen. Het drempelbedrag wijzigt dan mee. 3.. Indien er bij een aanvraag voor eigen vervoer meerdere kinderen meerijden/carpoolen wordt er één keer een drempelbedrag in rekening gebracht. 4.. Als peiljaar voor het inkomen geldt volgens artikel 4, zevende lid, WPO het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het schooljaar, waarvoor de ouder bekostiging van de vervoerskosten vraagt, begint. 5.. Als het inkomen van de betrokken ouders in de periode die ligt tussen het peiljaar waarin het inkomen is bepaald, en het jaar waarin de aanvraag is ingediend, op een structurele wijze is gedaald, vindt het college het redelijk om in het voordeel van de ouders een later peiljaar te kiezen door gebruik te maken van de afwijkingsmogelijkheid van artikel 23 van de verordening. Door het kiezen van een later peiljaar kan het voorkomen dat ouders in dat latere peiljaar niet voldoen aan de inkomensgrens en dus geen drempelbedrag hoeven te betalen. 6.. Op aanvraag van de ouder gaat het college bij de toepassing van artikel 23 van de verordening uit van het inkomen van een ander jaar dan het inkomen over het tweede jaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor de bekostiging is gevraagd als: sprake is van een terugval in inkomen over het voorafgaande aan het jaar waarvoor bekostiging is gevraagd, in welk geval het college uitgaat van het jaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor de bekostiging is vastgesteld; of sprake is van een terugval in inkomen over het jaar waarvoor de bekostiging is vastgesteld, in welk geval het college uitgaat van het jaar waarvoor de bekostiging is vastgesteld. 7.. Voor de toepassing van het vorige lid verstaat het college onder een terugval in inkomen een vermindering van het toetsingsinkomen van de ouder van ten minste 15% ten opzichte van het tweede jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor de bekostiging is vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel