1.. Het college stelt de subsidie vast op basis van de totaal gecontracteerde uren peuteropvang en VE-peuteropvang.

2.. De houder levert, onverminderd het bepaalde in de artikelen 14 en 15 van de ASV de volgende gegevens aan ter vaststelling van de subsidie:

  • - een inhoudelijke verantwoording die ten minste een evaluatie bevat van:
    • - ­ de uitvoering en resultaten van de peuteropvang en VE-peuteropvang;
    • - ­ de acties en resultaten die zijn ondernomen m.b.t ouderbetrokkenheid;
    • - ­ de warme overdracht van peuters naar de basisschool;
    • - ­ de uitvoering en de resultaten van het opleidingsplan;
    • - ­ de wijze waarop invulling is gegeven aan de verplichtingen van artikel 7.
  • - een financiële verantwoording.

3.. Bij een subsidieverlening van meer dan € 50.000 levert de houder ook een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijke accountant, aan ter vaststelling van de subsidie.