2.2.1 Uitbreiding reikwijdte overheidsopdrachten
Alle overheidsopdrachten vallen onder het bereik van de Wet Bibob. Voorheen kon de Wet Bibob enkel worden toegepast bij overheidsopdrachten in de sectoren bouw, milieu en ICT. Zie artikel 1, eerst lid, van de Wet Bibob; begripsbepaling ‘overheidsopdracht’
2.2.2 Beoordeling en gevolgen
Strafbaar feit gepleegd ter verkrijging of ter behoud van een beschikking of vastgoedtransactie
De gewijzigde Wet Bibob maakt geen onderscheid meer tussen strafbare feiten die zijn gepleegd ter verkrijging van of ter behoud van een beschikking. Indien sprake is van (een vermoeden van)
zo’n strafbaar feit, kan de beschikking worden geweigerd of ingetrokken. Het voorgaande is op grond van de gewijzigde wet ook van toepassing bij vastgoedtransacties. Zie artikel 3, zesde lid en artikel 9, derde lid, aanhef en onder c., van de Wet Bibob.
Voorschriften bij een beschikking
Er zijn aanvullingen opgenomen ten aanzien van het verbinden van voorschriften aan een beschikking.
Het verbinden van voorschriften aan een beschikking is nu ook mogelijk bij een ernstig gevaar waarbij weigering of intrekking niet proportioneel is. Voorschriften mogen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken. Voorschriften kunnen ook op een later moment alsnog aan een beschikking worden verbonden. Tot slot kan een beschikking worden ingetrokken als de daaraan verbonden voorschriften niet worden nageleefd. Zie artikel 3, zevende lid, van de Wet Bibob. Zie artikel 3, zevende lid, van de Wet Bibob.
Feiten en omstandigheden die erop wijzen dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten
Voorheen was enkel bij een strafrechtelijke veroordeling sprake van feiten en omstandigheden die erop wijzen dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten. In tegenstelling tot feiten en omstandigheden die doen vermoeden dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten. Nu geldt dat ook in de volgende gevallen:
onherroepelijke strafbeschikkingen;
voldane transacties;
onherroepelijke bestuurlijke boetes; of
bestuurlijke boetes die in stand zijn gelaten door de bestuursrechter.
Het betreft telkens gevallen waarin de rechter een strafbaar feit bewezen dan wel aannemelijk acht of de betrokkene zich niet (langer) tegen een sanctie heeft verzet (Zie artikel 3a, eerste lid, van de Wet Bibob)
Beoordeling van feiten en omstandigheden bij een sepot
Een strafbaar feit ter zake waarvan het OM niet tot vervolging overgaat of de vervolging niet voortzet (een zogenaamd sepot), kan (weer) worden betrokken bij de beoordeling van de mate van gevaar. Dit is met name een wijziging bij bewijssepots. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van de State (ECLI:NL:RVS:2015:333, r.o. 3.1.) stond hier eerder aan in de weg, zodat deze feiten en omstandigheden buiten de gevaarsbeoordeling bleven. Zie artikel 3a, tweede lid, van de Wet Bibob.
Sanctie bij niet-antwoorden op aanvullende vragen van het Bureau aan betrokkene
Het Bureau kan met aanvullende vragen de betrokkene om aanvullende gegevens verzoeken. Als de betrokkene weigert deze gegevens te verstrekken, concludeert het Bureau in het advies dat sprake is van een ernstig gevaar. Deze sanctie is nu zowel bij een reeds verleende als bij een aangevraagde beschikking van toepassing. (Zie artikel 4, tweede lid, van de Wet Bibob)
2.2.3 Eigen onderzoek bestuursorganen
Versterking eigen onderzoek
De mogelijkheden tot het doen van eigen onderzoek door bestuursorganen zijn versterkt (zie ook hierna). In Wet Bibob staat voorts het artikel dat ziet op dit eigen onderzoek op een prominentere en logischere plek, namelijk in artikel 7a. Zie artikel 7a, voorheen artikel 30 van de Wet Bibob.
Versterking informatiepositie voor bestuursorganen
Met de uitbreiding van de Wet Bibob per 1 augustus 2020 heeft het bevoegde bestuursorgaan toegang tot meer justitiële gegevens. Niet meer enkel de gegevens van de betrokkene en (indirecte) bestuurders, maar ook van een aantal categorieën derden (artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b. jo. 15, tweede lid, van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens). Het betreft:
degene die direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven aan betrokkene;
degene die direct of indirect zeggenschap heeft of heeft gehad over betrokkene;
degene die direct of indirect vermogen verschaft of heeft verschaft aan betrokkene;
degene die als leidinggevende, beheerder, bedrijfsleider of vervoersmanager is of zal worden vermeld op de beschikking die is aangevraagd of is gegeven; en
degene die redelijkerwijs met betrokkene gelijk kan worden gesteld op grond van zijn feitelijke invloed op de betrokkene. Kort gezegd ziet dit op een zogenaamde achterman bij een stromanconstructie
Weigeren adviesaanvraag door het Bureau
Het Bureau kan een adviesaanvraag buiten behandeling laten als:
het bestuursorgaan de resultaten van het eigen onderzoek niet met het Bureau heeft gedeeld; of
het bestuursorgaan onvoldoende eigen onderzoek heeft verricht. Zie artikel 9, vijfde lid, van de Wet Bibob. Hieruit blijkt dat het eigen onderzoek door bestuursorganen erg belangrijk is
2.2.4 Aanvullende vragen over zakelijk samenwerkingsverband
Het Bureau heeft met de gewijzigde wet de mogelijkheid gekregen om aanvullende vragen aan de betrokkene te stellen die zien op een (mogelijk) zakelijk samenwerkingsverband. Zie artikel 12, derde lid, van de Wet Bibob.
2.2.5 Andere wijzigingen
Directe tipmogelijkheid Bureau
Waar het Bureau voorheen enkel een zogeheten ‘tip-mogelijkheid’ had richting het OM, kan het nu ook rechtstreeks bestuursorganen tippen om een Bibob-onderzoek te doen. Zie artikel 11 van de Wet Bibob.
Termijn van hergebruik verruimd
De termijn van hergebruik is verruimd van twee jaar naar vijf jaar voor:
het hergebruiken van informatie door het Bureau voor een ander advies. Zie artikel 19 van de Wet Bibob); en
het hergebruiken van een advies door een bestuursorgaan voor een andere beslissing (artikel 29).
Melden van overtreding en doen van aangifte door het Bureau
Het Bureau mag nu ook in de volgende gevallen persoonsgegevens delen:
Bij het melden van een (mogelijk) begane bestuurlijk beboetbare overtreding (aan een bestuursorgaan).
Bij het doen van aangifte van een (mogelijk) begaan strafbaar feit (bij een opsporingsambtenaar).
Zie artikel 20 derde lid, onder g en h, van de Wet Bibob).
Artikel 2.2
Uitbreiding Wet Bibob per 1 augustus 2020
Onderdeel van BELEIDSLIJN WET BIBOB GEMEENTE GORINCHEM 2021